Categorie: , , ,

Video Juni: Lowtech lessen uit het verleden

Lowtech Magazine is een Belgisch weblog waar Kris De Decker, in een vorig leven freelance journalist voor ‘Knack’, ‘De Standaard’ en ‘De Tijd’, al sinds september 2007 een soort onderzoeksjournalistiek bedrijft over milieu, energie en technologie. Het magazine stelt zich vragen bij het blind geloof in vooruitgang en hoogtechnologische oplossingen. Een stuk gedragsverandering (consuminderen) levert  in de meeste gevallen veel meer op. Kris kijkt vaak terug in de geschiedenis van technologie en traditionele kennis en duikt daar schatten aan nuttige voorbeelden voor ons op.

Ik ben verrukt over zijn bijdragen die (meestal) uitstekend passen bij de aanpak van Transition Towns, tot nadenken en soms tot twijfel stemmen, en altijd een rijke bron van informatie zijn. Als dank en eerbetoon aan Kris zijn fantastische  werk, hierbij de lezing die ik onlangs van hem vond evenals onderstaand opiniestuk van zijn hand, ooit verschenen in nrc.next. Kris zelf vind dat het een goede samenvatting geeft van de filosofie achter Lowtech Magazine. Omdat hij en zijn werk het verdienen. Daarover gesproken: je kunt hem ook echt met een donatie steunen, hoewel Kris zijn banner ‘Steun Low Tech Magazine’  nogal goed verstopt heeft in de rechterkolom van zijn site, helemaal onderaan :-).

Adri Ros

Mag het een zuinig lampje minder zijn?


In de strijd tegen de klimaatopwarming, het dreigende energietekort en de economische crisis worden spaarlampen, elektrische auto’s, windmolens, zonnepanelen, groene gadgets en hogesnelheidstreinen ingezet. Door het ontwerpen van zuiniger technologie zouden we geld, energie en CO2 kunnen besparen.

Het te verwachten succes van die aanpak is twijfelachtig. Ecotechnologie is duur en dus op de korte termijn niet voor iedereen weggelegd. Pas op de langere termijn wordt er geld bespaard. Een ledlamp mag dan over 30 jaar bekeken energie en geld besparen, je legt er nu wel een flinke cent voor op tafel. Een treinreis duurt niet alleen vier keer langer dan een vliegtuigtrip, ze is ook vier keer duurder.

Daarbij kost de fabricatie van ecotechnologie ook energie en grondstoffen. Zo bleek al dat er in de stad zo weinig wind is dat een kleine windmolen op je dak of in de tuin tijdens zijn levensduur minder energie oplevert dan de energie om de machine zelf te maken. Het resultaat is meer energieverbruik, niet minder.

Energiezuinige technologie leidt niet tot energiebesparing

Gadgets die zelf energie opwekken via een ingebouwd zonnepaneeltje worden enthousiast onthaald, maar een zonnecel op een snel verouderend apparaat zoals een mobiele telefoon zal nooit de energie terugwinnen die de productie ervan vroeg. Tien jaar lang dezelfde telefoon gebruiken richt aanzienlijk minder schade aan dan elke drie jaar een nieuw ecotech mobieltje aanschaffen.

Een andere misvatting is dat energiezuinige technologie per definitie energiebesparing als gevolg heeft. Dat kan wel eens gebeuren, maar meestal is dat niet zo. Computers, televisies en automotoren zijn de afgelopen decennia veel efficiënter geworden. Toch neemt het energieverbruik van die machines nog altijd toe, door de nog steeds groeiende behoefte aan capaciteit, vernuft en snelheid.

Energiezuinige motoren resulteerden niet in zuiniger auto’s, maar vooral in zwaardere en snellere auto’s. De efficiënte lcd-technologie bracht geen zuiniger televisies, maar grotere beeldschermen. Gekleurde ledlampen worden als decoratie met tienduizenden tegelijk op de gevels van wolkenkrabbers gekleefd; die vervangen geen gloeilampen, maar introduceren verlichting waar voorheen geen verlichting was.

Snelheid van 60 km/u brengt globale brandstofverbruik met 75% omlaag

We kunnen veel meer bereiken zonder de nieuwste technologie. Het verlagen van de grootte, het gewicht en de snelheid van auto’s zou een veel groter effect op het energieverbruik hebben dan efficiëntere motoren, betere aerodynamica en energierecuperatiesystemen – een auto heeft acht keer meer motorvermogen nodig om twee keer zo snel te rijden. Combineer zo’n lowtechmaatregel met ecotechnologie en je winst wordt nog groter. Doe het met ecotechnologie alleen en er verandert niets.

Het gemiddelde Nederlandse huishouden heeft volgens de beste schattingen 29 gloeilampen in huis. Uiteraard kan het energieverbruik naar beneden door die te vervangen door spaarlampen, maar het aantal gloeilampen halveren tot vijftien levert natuurlijk hetzelfde resultaat op. Iemand die elke avond een boek leest bij één gloeilamp verbruikt veel minder energie dan iemand die 29 spaarlampen heeft ingeschroefd, op twee zuinige laptops tegelijk werkt en naar een met zonne-energie opgeladen muziekspeler luistert. Een verbod op gloeilampen is dus geen garantie voor energiebesparing. Een maximum aantal gloeilampen per huishouden instellen is even onzinnig – wat we nodig hebben is een hoge belasting op fossiele brandstoffen, grondstoffen en kernenergie. Dan zou alles vanzelf gaan.

Afstand nemen van het high tech-fetisjisme

Het Energie Centrum Nederland berekende een goed jaar geleden dat er 10.000 gigawattuur elektriciteit per jaar kan worden bespaard als alle supermarkten in Europa simpelweg deuren op hun koel- en vrieskasten zouden schroeven. Tienduizend gigawattuur staat gelijk aan het continu doen branden van 19 miljard gloeilampen van 60 watt. Daar kan geen ecotech tegenop. Niemand haalt het in zijn hoofd om thuis de koelkast of diepvries een hele dag open te zetten, maar in supermarkten is het de normaalste zaak van de wereld.

Duizenden kleine apparaten die op batterijen of op elektriciteit werken, zouden ook kunnen worden aangedreven met een kleine krachtinspanning. Voor de jongsten onder ons: een fietslicht werd niet altijd gevoed met batterijen, maar via een dynamo. Hebben we die automatische blikopener echt nodig? Kunnen we de raampjes van onze auto echt niet manueel opendraaien? We automatiseren zelfs de kleinste fysieke handelingen, terwijl we ondertussen roepen dat het energieverbruik omlaag moet.

Als we afstand nemen van het high tech-fetisjisme kan de ontwikkeling van de technologie eindelijk de juiste kant opgaan: naar extreem zuinige en lichtere apparaten en machines die lang meegaan, makkelijk te herstellen zijn, en met zo weinig mogelijk energie en grondstoffen geproduceerd kunnen worden. Minder spullen, maar wel betere spullen.

© Kris De Decker

2 gedachten over “Video Juni: Lowtech lessen uit het verleden”

  1. Goed Adri, om Lowtech Magazine weer eens onder de aandacht te brengen. Iedereen (iedere politicus) die iets beweerd over ‘energie-neutraal’, zou eerst de artikelen van Kris De Decker tot zich moeten nemen.

    Overigens zie ik soortgelijke blinde vlekken binnen onze eigen TT gelederen; Bij ons wordt onder TT-vlag, lokaal geproduceerd voedsel gedistribueerd met een busje met koeling en benzine-motor. Het bezorgen van een enkel kratje voedsel over een afstand van 5 kilometer staat ongeveer gelijk aan 600 vrachtwagen kilometers met dezelfde hoeveelheid producten, naar de Albert Heijn… Dit alles met het argument dat vervoer per fiets niet kosten-efficiënt/professioneel is. (men zegt dat de aardbeien op de fiets teveel butsen)

    In de laatste 4 decennia hebben we in Nederland geleerd hebben om alles, maar dan ook echt alles te beoordelen op het direct economisch rendement. Simpelweg aandragen dat je iets wilt omdat het beter of schoner is, is er niet meer bij. Je moet het financiële plaatje erbij aandragen van wat dat dan aan geld oplevert, anders lukt het je niet om van de grond te tillen.

    Per saldo levert al dat utilistische denken ons een ‘bak’ werklozen op, die economisch en maatschappelijk gezien als een blok aan ons been hangt. Inmiddels kunnen we erg moeilijk meer terug; In al onze wellust hebben we bedacht dat we beter kunnen lenen, outsource-sen en importeren uit lage lonen-landen, dan dat we sparen, investeren, ontwikkelen en produceren… Al sinds begin jaren 80 wordt er een actief overheidsbeleid gevoerd om iedereen de dienstverlenings-economie in te praten en wordt het (kleine) productiebedrijven via belastingmaatregelen en overwaardering van vastgoed, steeds moeilijker gemaakt om te overleven.

    Omdat we aan handen en voeten gebonden zijn aan het financiële stelsel (en voor ons bestaan volledig afhankelijk van onze hypotheken en pensioenen), hebben we een soort virtuele welvaartsstaat gebouwd en zijn we onze intrinsieke welvaart volledig uit het oog verloren. Voor de overheid is een burger niet meer dan een regel in de database, gelinkt aan een koopkrachtplaatje en een ‘vermogenspositie’.

    We zijn daarmee volledig verleerd om ons bestaan wezenlijk efficiënt in te richten. En we staan met ons handelen, werken en leven steeds verder af van onze intrinsieke behoeften.

    Wat Kris De Decker al aanhaalt: onze auto’s rijden even (on)zuinig als 50 jaar geleden. Nieuwere auto’s gaan alleen sneller en zijn comfortabeler. De vraag is echter of die nieuwe auto’s ons wezenlijk welvaart hebben gebracht. We kunnen ons nu makkelijk over grote afstand verplaatsen. Zo makkelijk dat we dat nu vrijwel allemaal iedere dag doen en eindeloos veel tijd kwijt zijn met reizen. Is dat efficiënt? Worden we daar gelukkiger van?

    Het past bij de bekende vergelijking dat je op een fiets van 1000 euro 20 keer sneller gaat dan met een auto van 20 mille… immers voor die 20 mille moeten we 20 keer langer werken om hem op te brengen.

    Ik breek daarom graag een lans voor het begrip ‘traag’. Traag transport, traag eten, traag leren, traag ontwikkelen, trage energie en traag geld. Traag is het nieuwe snel :)

  2. Dit is het soort gelijk hebben waarbij gelijk krijgen wel op een heel klein stipje op de horizon is….

Reacties zijn gesloten.