Categorie: , ,

Van falend geldsysteem naar monetair ecosysteem

In december verscheen van uitgeverij Jan van Arkel het nieuwste boek van Bernard Lietaer: ‘Geld en duurzaamheid – Van een falend geldsysteem naar een monetair ecosysteem’.  Bernard Lietaer is een autoriteit op het gebied van muntsystemen. Lietaer bepleit onder andere een diversiteit aan muntsoorten en kan in die zin gezien worden als een onderbouwing en uitbreiding van het pleidooi van Transition Towns voor lokale geld- en ruilsystemen.

Bernard Lietaer

‘Mensen die zich duurzaamheid aantrekken – met kwesties zoals klimaatverandering, milieudegradatie, voedsel- en watertekorten, bevolkingstoename en energieverbruik – zijn geneigd zich over het geldsysteem niet al te veel zorgen te maken. Ze zoeken het voor oplossingen ook niet in monetaire innovaties. Zelfs economen die ook bezorgd zijn over duurzaamheid, zijn zich er zelden van bewust dat ons geldsysteem systematisch onhoudbare gedragspatronen aanmoedigt die op den duur zelfs het overleven van mensen op deze planeet bedreigen. Dit boek toont aan dat juist het huidige geldsysteem zowel een cruciaal deel van het sociale en duurzaamheidsprobleem is, als een essentieel deel van elke oplossing.

Het maakt duidelijk dat het gekozen geldstelsel de ‘missing link’ is tussen financiën en milieu en dat het absoluut noodzakelijk is dat we ons hiervan bewust worden – niet alleen economen en milieukundigen, maar ieder die duurzaamheid op lokaal, nationaal, regionaal of mondiaal niveau betracht. Streven naar duurzaamheid zonder ons geldsysteem te herstructureren is een naïeve benadering en is gedoemd te mislukken.

Het huidige geldsysteem is niet alleen funest voor het milieu. Uit dit rapport blijkt – misschien verrassend – dat het geldsysteem ook slecht is voor het geldsysteem zelf! Tenzij wij het fundamenteel herstructureren, kunnen wij geen monetaire stabiliteit bereiken. Dit rapport toont namelijk aan dat monetaire stabiliteit op zichzelf wel mogelijk is, maar alleen als wij er systemische ‘biomimicry’ op toepassen – dat wil zeggen als wij het heersende monetaire monopolie aanvullen met wat wij een ‘monetair ecosysteem’ noemen.

Tot slot is het goede nieuws dat de informatie- en communicatierevolutie die wij vandaag beleven ons precies in de juiste richting duwt.’

Uit: Korte inhoud ‘Geld en Duurzaamheid’

Dit boek is een rapport van de Club van Rome voor Finance Watch, met instemming van de World Business Academy en de World Academy of Art and Science. Jan van Arkel behandelt dit boek dieper in ‘Ontsnappen aan de crisis’. Jan van Arkel is uitgever van onder andere het Transition Handboek en één van de oprichters van Transition Towns in Nederland in 2008.

Ontsnappen aan de crisis

Is geld neutraal? Kan geld ingezet worden voor duurzaamheid? Het antwoord luidt: Nee. Het geld dat we nu hebben – de Euro dus – is niet neutraal. Het is zelfs funest voor duurzaamheid. Dat is niet zo gemakkelijk in te zien, omdat, net zoals vissen hun water niet zien, wij ondergedompeld zijn in een systeem van één munt.

Dennis Meadows schrijft in zijn voorwoord dat het pas dit boek is dat hem de schellen van de ogen deed vallen. “Ik heb veertig jaar lang de literatuur over duurzaamheid gelezen. (…) Maar voordat ik Bernards werk tegenkwam, heb ik nooit iemand het financiële systeem horen beschrijven als een oorzaak waardoor we hals over kop afstevenen op de ineenstorting van onze samenleving. Integendeel, overal doet men juist zijn best om met kleine wijzigingen in het financiële systeem de mondiale samenleving op een pad naar duurzaamheid te brengen.”

De verdienste van ‘Geld en duurzaamheid’ is dat het systematisch ons geldsysteem analyseert met betrekking tot duurzaamheid. Om te beginnen maakt het de drie bestaande economische paradigma’s expliciet: het paradigma van de traditionele economie (met de aarde als externaliteit, dat wil zeggen als spaarpot en als vuilnisvat), het OESO-paradigma (dat een gedeeltelijke overlap van de economie met het sociale en het milieu accepteert) en tenslotte het paradigma van de ecologisch economen (dat de economie ziet als een subsysteem binnen het sociale systeem, en dat geheel weer als een subsysteem van de biosfeer). Ook onder ecologisch economen is de rol van de enkele nationale munt meestal nog onderbelicht. Impliciet denken velen toch aan geld als een onschuldig smeermiddel. Er is een hegemonie in het denken in één enkele munt.

Een fout ontwerp

Deze nationale munt is bovendien gebaseerd op bankschuld, dat wil zeggen: de banken scheppen het geld. De overheid verleent het de juiste status door belasting slechts in die ene munt te accepteren, maar staat verder aan de zijlijn. Als dit monopolie niet wordt doorbroken, blijft het geldsysteem in zijn aard instabiel. Deze instabiliteit is het onderwerp van twee hoofdstukken in het boek. Het gaat achtereenvolgens om de instabiliteit van het monetair systeem en het bankwezen, en over de verklaring van deze instabiliteit vanuit de fysica van complex flow systems.

Een ‘Complex Flow System’

De huidige financiële crisis verhult een beetje dat er zoveel meer systeemcrises zijn. Tussen 1970 en 2010 kenden (volgens het IMF) 145 landen een bankencrisis, 208 landen een monetaire crisis en 72 landen een staatsschuldencrisis. Dat is gemiddeld een crisis per maand! Dit maakt duidelijk dat het geldsysteem inherent instabiel is. Dat wordt de afgelopen tijd nog extra versterkt door de toename van het flitskapitaal.

Er is sprake van een explosie van financiële transacties: 98% daarvan is nu zuiver speculatief, slechts 2% berust op de reële economie (zoals betaling voor geleverde goederen). De gevolgen? Extra werkloosheid, menselijke en maatschappelijke kosten, outputverliezen, transferkosten en steeds meer overheidsschuld. De rekening voor deze wurgende staatsschuld wordt neergelegd bij de burgers. De oplossing die de financiële wereld voorstelt? Dat is de ‘privatisering van alles’, een middel dat trouwens slechts tijdelijk kan helpen.

Het goede midden tussen efficiëntie en veerkracht

Een slechte bestuurder kan elke auto in de prak rijden. Maar een slecht ontwerp kan bij elke snelheid een auto onveilig maken, hoe goed de chauffeur ook is. Zo is het met ons geldsysteem. Het ontwerp is slecht en andere regelgeving kan falen niet voorkomen. Dat ontwerp begint met de fout dat het de economie classificeert als een gesloten systeem in evenwicht. Een nieuwe reeks wiskundige hulpmiddelen laat zien dat (open) complexe systemen een aantal basale kenmerken gemeen hebben. Die zijn ook van toepassing op het ontwerp van ons economische systeem. Ze geven een heel andere kijk dan de verkeerde classificatie als gesloten systeem.

Uit de complexiteitstheorie blijkt bijvoorbeeld dat duurzaamheid een optimaal compromis is tussen twee tegen elkaar in werkende variabelen: efficiëntie en veerkracht. Met de methodologie van complex flow systems leren we dat de heersende druk er een is naar meer efficiëntie in financiën, economie en techniek, en dat dat vaak ten koste gaat van veerkracht. Dít is de oorzaak van de broosheid van het monetaire systeem. De oplossing moet dan ook gezocht worden in een correctie hiervan, dus in een evolutie naar een grotere monetaire diversiteit, in de opbouw van een ecosysteem van vele munten.

Ecosysteem van vele munten

Duurzaamheid en geld

Voordat Geld en duurzaamheid hierop overgaat, komen eerst nog twee andere zaken aan de orde: hoe ons geldsysteem inwerkt op duurzaamheid en de kwestie van de machtsverhoudingen.

Bernard Lietaer en zijn mede-auteurs onderscheiden zes verschillende effecten op duurzaamheid. De eerste is de versterking van cycli van hoog- en laagconjunctuur. Dit is schadelijk voor iedereen, inclusief de banken zelf en het milieu.

Effect nummer twee is het kortetermijndenken dat voortkomt uit de discounted cashflow. Duurzaamheid, wat iets is voor de lange termijn, krijgt zo nooit een kans. Hiermee samen hangt (nummer drie) de ingebakken groei. Het proces van rente op rente legt exponentiële groei op aan een economie die deel is van een eindig (eco)systeem. (Wij blijven moeite houden te begrijpen wat exponentiële groei eigenlijk inhoudt en dat kan ons duur te staan komen.)

Het voortgaande proces van concentratie van rijkdom, oftewel de verdiepende ongelijkheid, brengt een breed scala van problemen met zich mee die zowel het voortbestaan van een gezond milieu als de democratie op het spel zetten. Tegelijk wordt de saamhorigheid – ons sociale kapitaal – uitgehold doordat de marken bezit nemen van steeds nieuwe terreinen van ons leven. Ziedaar effect vier en vijf. Nummer zes is de aantrekkingskracht van geld. Dat alles draait om geld versterkt de eerste vijf oorzaken nog eens.

Macht en staatschuld

Vrijwel alle (kapitalistische) landen kennen het zogenaamde machtsvierkant. Aan de ene kant zijn daar de belastingdienst en het parlement, en aan de andere kant de overheidsschuld en de centrale bank (waarbij de laatste niet de belangen van de burgers centraal stelt, maar die van de banken). Een belangrijk gevolg van deze machtsstructuur is een hoog oplopende staatsschuld en het afhankelijk zijn van de financiële wereld dat daaruit voortvloeit.

Als de geldschepping in handen van de overheid zou zijn, bleef de staatschuld heel hanteerbaar, terwijl deze nu groeit en groeit, totdat het op den duur ondraaglijk wordt. (Berekeningen met betrekking tot de vergrijzing voorspellen een staatschuld van twee of drie keer het BNP – geheel los van wat de huidige financiële crisis nog aan uitgaven vergt.)

Het geval Frankrijk biedt cijfers die dit zonneklaar aantonen. Pas in 1973 gaf de staat daar de centrale bank uit handen – met dramatische gevolgen: van een beginstand van 21% van het BNP zou de staatsschuld tot 2009 gezakt zijn tot 8,6% van het BNP, terwijl de schuld nu, geprivatiseerd, is uitgekomen op 78% van het BNP.

Het machtsvierkant behartigt dus vooral de belangen van het financiële stelsel. Je zou denken dat dit duidelijk maakt dat er een verschuiving in de macht moet komen. Zo’n poging werd gedaan na de Grote Depressie van 1930, toen in Amerika door gezaghebbende economen het zogenaamde Chicago Plan naar voren werd geschoven, een voorstel dat neerkwam op een nationalisering van het geldscheppingsproces. Een variant van nu daarop is het wetsvoorstel American Monetary Act van congreslid Dennis Kucinich. Zulke voorstellen worden door het bankwezen natuurlijk te vuur en te zwaard bestreden. Zij willen hun monopolie niet verliezen.

Stempellokaal Amsterdam 1933

Bernard Lietaer en mede-auteurs zijn toch geen voorstander van zo’n wet. Niet alleen vanwege de kleine kans van slagen, maar vooral omdat het nog steeds één enkele munt handhaaft en dát garandeert onvoldoende veerkracht.

Een monetair ecosysteem

Er moet een heel monetair ecosysteem komen met allerlei munten die elk nuttig zijn op hun eigen terrein of voor hun eigen doel. De beschrijving van negen typen munten vormt het tweede deel van het boek. Er zijn drie criteria voor zulke munten. Ze moeten

  • helpen in de huidige onstabiele sociaal-economische omgeving waar overheidsbudgetten onder druk staan;
  • een of ander thema of sociaal-economische kwestie aanpakken; en
  • implementeerbaar zijn als een op zichzelf staand systeem en in allerlei combinaties de synergieën doen opvlammen die een succesvol (monetair) ecosysteem kenmerken.

Lietaer beschrijft deze maatschappelijk nuttige en opschaalbare munten van minder naar meer controversieel, en deelt ze ook in als munten die niemands toestemming nodig hebben (en u dus zou kunnen beginnen – de eerste vijf) en die waarvoor de overheid het initiatief moet nemen (de laatste vier). Er kan er (eerst) één worden ingevoerd, maar het kan ook met meer tegelijk. Het zijn trouwens voorbeelden, er kunnen nog andere munten worden ontworpen. Zie de negen als een menukaart van keuzemogelijkheden, zegt Bernard Lietaer.

  1. Doraland is bedoeld om een land ‘lerend’ te maken, om een lawine aan educatieve initiatieven los te maken.
  2. Wellness Tokens hebben als doel mensen gezonder en zelfstandiger te maken en tegelijk de ziektekosten te verlagen.
  3. Natuurlijk Sparen dient als inflatiebestendig spaarproduct voor de lange termijn, superieur aan elke nationale munt.
  4. Commercial Credit Circuits (C3) stimuleert in de vorm van een business-to-business-munt de lokale economie en werkgelegenheid en is met de verwerking van transacties per mobiele telefoon al volledig operationeel.
  5. TRC zou de internationale handel tussen multinationals moeten losmaken van de afhankelijkheid van de dollar door het gebruik van een ‘mand’ van wereldgoederen als munten rekeneenheid.
  6. De eerste besproken overheidsmunt is de Torekes. Daarmee bevordert de stad Gent vrijwilligerswerk in een achterstandswijk.
  7. Vergelijkbaar is de Biwa Kippu met als doel het ecoherstel van het Japanse Biwa-meer door middel van werk van burgers.
  8. Civics trekt de ‘empowerment’ van stad en regio nog wat breder door niet een nauw omschreven doel te kiezen, maar allerhande maatschappelijke activiteiten waarvoor geen geld is tot een burgerproject te maken.
  9. ECO’s tenslotte zijn ontworpen voor grootschalige ecoprojecten, zoals de aanpak van het klimaatprobleem. De rijksoverheid voert ze in, het is gericht op grotere bedrijven.

Conclusie

We hebben een economische crisis, maar de klimaatcrisis en de kosten van de vergrijzing dienen zich al aan. We kunnen ons niet permitteren deze crises om de beurt aan te pakken. Alleen al daarom hebben wij – zowel de bevolking als de overheid – geen keus. We moeten aan een divers monetair ecosysteem om de veerkracht te vergroten. Dat is niet alleen noodzakelijk maar ook een interessant experiment, waarin we zullen zien wat opbloeit en wat niet. Net als in de natuur zal er evolutie zijn. Zo raken we vanzelf af van ons lineaire en dus onhoudbare geldsysteem.

Jan van Arkel, 4 december 2012

Meer over dit onderwerp: