Categorie:

TT Treffen 2014 – Dag 1

140201 TT Treffen1 Transition Town Treffen: Dag 1 – 1 februari 2014

Wat fijn dat wij er zijn!

Jacob Spaander

1 februari, 2014. Een grote groep mensen overspoelt de Groene Golf, het voormalige gebouw van een speeltuinvereniging in Deventer dat nu voor vijf jaar beschikbaar gesteld is aan Transition Town Deventer. Dat geeft speelruimte, zeg maar. Of dat ook meer financiële speelruimte geeft…? Die vraag sluit goed aan op het thema van de eerste dag van het vijfde TT treffen dat hier plaats vindt. Geld en TT en Economie.

Een van de sprekers van deze ochtend vat het zo samen: ‘Hoe wordt dat ‘stomme’ geld ook voor ons beschikbaar?’ Vandaag komen mensen vanuit het hele land om zich hierdoor te laten inspireren en om van gedachten over dit onderwerp te wisselen. Dat de meeste aanwezigen een training of een eerder treffen van Transition Town Nederland hebben bezocht, wordt duidelijk als Paul Hendriksen middenin de drukte van het eerste ontmoeten zijn hand opsteekt. Mensen volgen zijn voorbeeld en als iedereen zijn hand in de lucht heeft, is het ook meteen stil. Deze eenvoudige methode die je toepast als je stilte wilt, werkt nog altijd even goed.

Visualisatie

Het programma begint met een oefening om hier echt te landen en een visualisatie. Stel je voor: je loopt op een zandweg in een bos in Nederland en vindt een zak met geld. Bij het eerste geld dat je opraapt, bedenk je wat je hiermee voor jezelf kunt doen. Een tweede greep doet je afvragen wat je hiermee kunt doen voor de mensen in jouw directe omgeving. Een derde en laatste graai doet je afvragen wat je hiermee kunt doen voor de aarde. Het is echter een visualisatie dus… poef!… het geld is opeens weer verdwenen. Op de plek waar die zak stond zie je een spiegeltje dat je opraapt. Je kijkt erin en ziet jezelf.

Hoe je zelf naar geld kijkt zegt iets over hoe je naar jezelf kijkt. De grote vraag is misschien wel wat jij jezelf gunt. Dus je kiest voor overvloed. Na deze visualisatie wordt er een briefje van 25.000 euro verbrand. Poef! Maar dat het vandaag over geld gaat en hoe jij daarmee omgaat (binnen je TT-initiatief) is duidelijk gemaakt.

Paul Hendriksen van Transition Town Nederland introduceert dit thema door het ophalen van zijn herinnering aan zijn eerste zakgeld. Dat magische moment dat je opeens deel uitmaakt van die grote mensenwereld. En niet te vergeten al dat speelgoed in die winkels binnen handbereik. Inmiddels heeft hij zelf kinderen die dit magische moment al hebben meegemaakt, maar als zij iets willen aanschaffen wordt hen wel gevraagd of ze dit wel echt nodig hebben of werkelijk willen. Nadat hun radertjes flink aan het werk zijn geweest besluiten ze ten minste bewust om het ‘prul’ te kopen, of niet. Toen mijn eigen vader mij eens vroeg of ik niet beter mijn geld kon opsparen, antwoordde ik zeer gevat dat geld moest rollen en hij legde zich er vervolgens bij neer dat ik die radiografische auto kocht waarvan ik op dat moment toch echt meende dat ik niet zonder kon. Maar het is een feit dat we leven in een tijd waarin wij ons ook als maatschappij moeten gaan afvragen: ‘Hebben wij dit nodig? Kunnen wij ook zonder?’

Urgentie van verandering

We kunnen met minder en nu moeten wij dat ook wel, maar hoe regelen wij dat? Met jouw Transition Town initiatief wil je mensen hiervan bewust maken door een andere manier te laten zien. Dat kost tijd. Tegelijkertijd voel je de urgentie van die verandering en gaat het je soms niet snel genoeg. Maar je kunt niet het gras uit de grond trekken: je moet de graswortels voeden zodat ze groeien. Dit bewustzijnsproces heeft zijn eigen logica en ritme. Met geld kun je echter soms wel meer vaart maken doordat je hiermee expertise en professionaliteit kunt betalen. Desnoods met de opbrengst van je gemeenschappelijke moestuin of het ruilen van diensten. Dingen kunnen dan efficiënter en sneller gebeuren. Als de transitie die moet gebeuren alleen door vrijwilligers wordt gedragen mis je wellicht de daadkracht die er werkelijk voor nodig is.

We leven nog steeds met een economie die groei uitdrukt in omzet, en nog gelooft in de mythe van de eeuwige groei. Gelukkig wordt deze manier van ‘handelen’ steeds meer onderuit gehaald en doorzien. Steeds meer gerenommeerde mensen plaatsen kritische kanttekeningen. In de haarvaten van de samenleving is de verandering voelbaar en Transition Town kan en mag hiervan het boegbeeld zijn. Maar dan moet dat ‘stomme geld’ wel voor ons beschikbaar worden.

Dat stomme geld’

Dat is ook de reden dat Transition Town Nederland een donatiecampagne op poten heeft gezet. Peter Loomans, penningmeester van de stichting Transition Town Nederland vertelt hier meer over, maar eerst gaat hij in op de rol die TT Nederland wil spelen. Kort gezegd:

– landelijke PR en werving;

– het ondersteunen van beginnende initiatieven;

– coaching van (bloeiende) lokale groepen;

– en ten slotte aanspreekpunt binnen het internationale Transition Netwerk.

Geen geringe ambitie, maar zoals Peter meteen aangeeft; de grootte van je ambitie is soms wel afhankelijk van de hoeveel geld die je daarvoor beschikbaar hebt. Natuurlijk ook tijd, maar die vertaalt zich toch regelmatig ook als geld. Nu komt de landelijke kerngroep zo’n één keer in de vijf weken bijeen in het midden van het land en proberen ze te netwerken e.d. Dit gebeurt op eigen kosten want de stichting heeft geen geld voor vergoedingen. Er is een limiet aan wat iemand kan doen, ondanks zijn grenzeloze enthousiasme. Het idee om met de NS een ruilhandel te beginnen, twee uur kaartjes controleren voor één gratis ticket is nog niet van de grond gekomen maar iemand in de zaal werkt bij deze landelijke vervoersmaatschappij dus wie weet ligt hier wel een mogelijkheid.

140201 TT Treffen2 Een all-winsituatie

De donatiecampagne is bedoeld om meer geld binnen te halen voor zowel het landelijke initiatief als de lokale initiatieven. Na aftrek van de bankkosten gaat de helft naar het lokale initiatief waarvan de donateur heeft aangegeven het te willen steunen. De andere helft gaat naar TT Nederland waarvan de verdere kosten van de campagne worden betaald. Het geld dat daarvan overblijft, zal dienen om hierboven beschreven rollen die zij wilt spelen mogelijk te maken. Dit komt ten slotte ook alle lokale initiatieven weer ten goede. Een all-win situatie. Het scheelt de lokale TT-initiatieven ook veel kosten en administratieve rompslomp. Deze constructie kan, zeker op de langere termijn, een meerwaarde opleveren. Tenslotte gaan wij altijd uit van de mogelijkheden, toch?

Op de vraag uit de zaal waarom we niet gewoon een goede fondswerver nemen is het antwoord: ‘Graag… Als jij er een weet.’

De deelsessies die nu volgen, gaan dieper op het thema in. De eerste, over het hoe en het waarom van een lokale munt door Henk van Arkel, directeur van STRO, gaat vooral over een andere munt. De tweede, door Peter Polder, over financieel veerkrachtige transitiegroepen, gaat meer over de harde euro’s. Reconomy project door Paul Hendriksen gaat over het soort economie waar we naar toe willen terwijl de laatste sessie, de rol van geld binnen de Transitiebeweging, meer een groepsgesprek is onder leiding van Tara. Ik ga voor dat ‘stomme geld’ oftewel die harde euro’s.

De deelsessie over financieel veerkrachtige transitiegroepen begint met een kennismakingsronde waarin ieder vertelt bij welk initiatief hij/zij betrokken is en wat hij/zij op dit moment daarvoor nodig heeft. Dat blijkt heel divers. Van geld teveel tot helemaal geen geld, zeg maar. Een mooi voorbeeld waarin de onderwerpen van alle vier de deelsessies terug te vinden zijn, is dat van TT Vallei (Wageningen). Studenten haalden groenten bij boeren op die anders weggegooid zouden worden en verkopen die op hun eigen marktplaats. Een deel van de opbrengst gaat terug naar de boeren, maar de studenten boden aan om ook een deel aan TT Vallei te geven. Een mooi verdienmodel.

De geschiedenis leert dat succesvolle sociale bewegingen altijd hun eigen verdienmodel hebben weten te creëren. Denk aan de vakbonden. Een structurele financiële basis is beter dan losse donaties of tijdelijke subsidies. Het maakt je veel onafhankelijker en zelfstandiger.

Met enige schroom

Maar er bestaat meestal wel enige schroom om mensen om geld te vragen. Mocht je dit kunnen overwinnen, is de tip om helder te formuleren wat je wilt hebben en wat je daarvoor te bieden hebt. Dat dit werkt tonen de diverse voorbeelden van crowdfunding wel aan. Een meer ludiek voorbeeld is dat van een Engelse milieuactiegroep die op een bord langs de weg een lijst had geschreven van dingen die ze konden gebruiken. De een of andere grapjas had er een bulldozer bij gezet en prompt stond er enige dagen later er één voor hen klaar. Je kunt zomaar krijgen wat je vraagt, dus pas op!

Het is ook belangrijk om te bedenken hoe je verder kunt als de donatie of subsidie op is. Het langetermijndenken, zeg maar. Het is soms ook wel een reden voor iemand om wel of niet te geven. Het helpt ook vaak als je kan aantonen wat je zelf inbrengt, of dit nu geld is of een grote groep vrijwilligers e.d. Je moet ook weten bij wie je terecht kunt. En wat diegene voor eisen stelt of welke verwachtingen die heeft.

Meer praktische tips; laat het aan de donateur over wat hij wil geven maar maak het hem niet te moeilijk. Bij elke extra stap die een donateur moet zetten om jou geld te geven haken er weer een paar af. Veel intenties om je daadwerkelijk dat geld te geven, stranden bij het niet vinden van een postzegel of een brievenbus die te ver is. Zelfs elke extra handeling op het internet kan zo een digitale postzegel of te ver verwijderde brievenbus vormen.

Automatische incasso zorgt vaak voor meer zekerheid. Twaalf keer vijf euro is meer dan een jaarlijkse donatie van vijftig euro. En dat incasso gaat gewoon door tot iemand het opzegt, terwijl je voor die vijftig euro vaak elk jaar weer moet gaan leuren. Weer een andere tip is om eerst te beginnen bij mensen uit je directe omgeving. Als je eenmaal kunt aantonen dat meerdere mensen jouw initiatief steunen, komen anderen sneller over de brug. Tja, dat is allemaal mogelijk, als je jouw schroom hebt overwonnen.

Het doorknippen van een lintje

Wat in ieder geval duidelijk is: donaties binnenhalen kost in eerste instantie geld en tijd. En vind je het nog steeds moeilijk om mensen om geld te vragen, bedenk dan dat je ook wat te bieden hebt. Jouw enthousiasme, een helder verhaal en een bepaalde noodzaak voor hetgeen je met dat geld wilt doen blijven de belangrijke pijlers. Tenslotte moeten mensen gewoon blij worden dat ze jouw initiatief geld mogen geven.

Sommige fondsen, bedrijven en gemeenten worden heel blij als er een lintjesdoorknipmoment in het verschiet ligt. Onderschat nooit de kracht van het doorknippen van een lintje!

Soms willen bepaalde fondsen zo graag van hun geld af dat je ze zelfs in groter verband moet benaderen. Een moestuinproject van TT Den Doolder vroeg aan de Rabobank een bedrag van 5000,- euro, maar dat vond deze een te klein bedrag. Nadat het verzoek herhaald werd, maar nu voor meerdere van dergelijke projecten in de hele regio was er meteen het tienvoudige beschikbaar.

De grootste verrassing van deze deelsessie was trouwens de mededeling dat het uitgerekend deze bank is die vaak bij kleine initiatieven, stichtingen e.d. vanwege hun eigen coöperatieve wortels, de bankkosten niet berekent. Een gouden tip dus? Zit je met je goede gedrag bij de Triodosbank onnodig geld te betalen! Maar ja, een discussie over hoeveel jouw idealen jou waard zijn, krijgt op die manier wel een vreemde dubbele laag.

Een gouden kans

Van gouden tip naar gouden kans om er werk van te maken’, zo luidt de ondertiteling van de deelsessie over reconomy van Paul Hendriksen. In de tweede ronde deelsessies komt deze sessie, alsmede degene die ik net heb beschreven, ook weer aan bod. De derde gaat over de mogelijkheden over een andere economie door Peet Verbeek (Fair Banking) en de laatste is een open space. Ik heb dus gekozen voor die gouden kans.

Volgens Paul Hendriksen is er een aantal onvermijdelijkheden in het leven, zoals: geboren worden, leren lopen, vuile onderbroeken, lachen en huilen en ten slotte doodgaan. Binnenkort komt daar een bij en dat is namelijk: dat wij weer volop onze lokale economie aan het steunen zijn. Want het besef van de noodzaak hiervan begint langzaam door te dringen tot alle gelederen van de maatschappij. Gelukkig maar, want als wij blijven geloven in de mythe van de eeuwige groei, verdwijnen wij straks allemaal door het afvoerputje.

We moeten dus een nieuw soort economie zien te vormen. En hoe noemen wij die dan? De Groene economie? Vaak zijn al die groene innovaties op lange termijn ook niet zaligmakend en soms zelfs schadelijk. Het is vaak een groen sausje over het aloude systeem dat nog steeds denkt in termen van eeuwige groei. Dat geldt ook een beetje voor dat andere model; cradle to cradle, dat uitgaat van gesloten systemen. Het afvalproduct van de één is de grondstof voor een ander. Een mooi systeem maar als men nog steeds uitgaat van een groeiende economie moet er toch steeds meer input komen.

Aarde als uitgangspunt

Paul Gurli van de bekende club van Rome heeft het over de blauwe economie, omdat de aarde vanuit het heelal een blauwe planeet is. Nu klinkt dat woordje blauw op z’n Nederlands niet zo gunstig maar de aarde als uitgangspunt voor een economie is zeker de beste voorwaarde. De natuur kent overvloed door haar cyclische karakter. Er is groei en afbraak tegelijk, en dit in evenwicht. De ecologische begrenzingen behoren maatgevend te zijn om te overleven. Elk dier en elke plant weet dat. Nu de mens nog.

Maar ook een lokaal karakter is belangrijk. Het bindt mensen, maakt beter gebruik van het vermogen van de mens en maakt beduidend minder inbreuk op de Aarde en tart al die ecologische begrenzingen niet zo ernstig als nu gebeurt.

In Engeland gaat 97% van de omzet van een lokale economie naar de grote concerns. Van elke euro die daar besteed wordt, verdwijnt 70 eurocent meteen uit de lokale economie. Terwijl lokale ondernemingen meer dan de helft van de omzet weer terugpompen in de gemeenschap. Tel uit je winst. Maar hoe krijg je mensen zover om meer te besteden bij lokale ondernemingen om totale leegloop te voorkomen? Daar is wel een bewustzijnsverandering voor nodig.

Ecoyeswe

In Diepenveen was het totale lokale winkelaanbod verdwenen, maar een oude vrouw die naar haar reactie werd gevraagd was optimistisch. ‘Gelukkig hebben wij de Albert Hein nog.’ Ja, die pakt nu de volle honderd procent. Hoe keer je dit proces om?

Om dat te onderzoeken, dus hoe je dat proces omkeert, maakt Paul Hendriksen deel uit van het International Reconomy Project. Ja, na een groene, blauwe en cradle-to-cradle-economie, nu dus een reconomy. Er is soms ook sprake van Weconomy, maar het zoeken naar een mooie (liefst Nederlandse) term is nog volop gaande. Paul toont een sheet met minstens twintig ideeën. Ik probeer daar zelf nog Ecoyesmy van te maken, waarop iemand anders met de suggestie komt om daar dan meteen Ecoyeswe van te maken. Als ik later met iemand sta te praten valt de term holistisch handelen. Maar we besluiten toch snel dat deze term, hoewel geniaal, weinig kans maakt om aan te slaan. Het brengt mij wel weer op een krachtig motto: laten wij handelen!

140201 TT Treffen3 Een lege winkelstraat

Terug naar het International Reconomy Project dat in een aantal landen van start is gegaan, waaronder Engeland, België, Litouwen en Nederland. Doel is om half maart per land te komen tot een realistische aanzet voor een projectplan. In ons land is Deventer het speelterrein waarop een groep van tien man bezig is om te onderzoeken of zoiets hier kan landen. Deze groep mensen is nog in die visievormende fase die zich vooral concentreert op de vraag wat een transitieonderneming is.

Paul Hendriksen daagt de aanwezigen uit om eens te bedenken aan welke criteria een onderneming zou moeten voldoen als jou gevraagd wordt een lege winkelstraat te vullen met toekomstbestendige ondernemingen. Hij vraagt de verslaggevers om deze in zijn geheel te noemen in het verslag, dus bij deze. De volledige lijst:

  • echte behoeften
  • lokale voeding en producten
  • de lokale werkgelegenheid steunend.
  • werken met een lokale munteenheid
  • kleine zelfstandigen die iets maken.
  • reparatiebedrijven en stadswerkplaatsen.
  • hergebruik.
  • mogelijkheden om zelf dingen te repareren. (auto’s, laptops, e.d.)
  • educatie, kennis delen
  • ruilwinkels
  • dingen die de jeugd aanspreken
  • eerlijke prijzen, daarbij rekening houden met de ecologische schade.
  • transparantie over prijs, fabricage e.d.
  • verwerkingen van afvalproducten en restanten
  • bijdrage aan de wijk, maatschappelijke binding
  • coöperatieve vormen
  • bedrijven die lokaal investeren
  • zorgdiensten
  • diversiteit
  • stadsrestaurant i.s.m. stadslandbouw, maar ook koken met restanten (over de naam hiervan was iedereen het snel eens; een restantorant!)
  • gebruik maken van lokale mensen van alle generaties
  • iedereen 25 uur werken per dag, zodat iedereen aan bod komt
  • ontmoetingsplekken
  • lokale kunstenaars aan het werk.

Ja, wij weten wel wat wij willen!

Paul komt hierna met een paar sterk ingedikte criteria die binnen zijn eigen groep zijn samengesteld:

  • een gezond bedrijfsresultaat (een onderneming moet natuurlijk wel levensvatbaar zijn)
  • Binnen de ecologische begrenzingen opererend (en als mensen wel een banaan willen, moeten ze daar de reële dus veel hogere prijs voor betalen)
  • productie en dienstverlening op de juiste schaal (Hoeft niet per se altijd kleinschalig te zijn dus)
  • gericht op een maatschappelijke meerwaarde

Al snel wordt het duidelijk dat de grenzen nog niet heel helder aan te geven zijn en als een paar mensen in de zaal moeite heeft met deze sterk ingedikte criteria, belooft Paul de uitgebreidere criteria mee te sturen met het verslag.

Over de grenzen

Er is ook best veel om over na te denken. Een product kan volgens een levenscyclusanalyse hoog scoren, maar hebben we het daarom ook echt nodig? En ons ‘restantorant’ kan op enige bezwaren stuiten van de keuringsdienst van waren. Maar het is daarom misschien juist een sport om te kijken hoever we komen met onze eigenzinnigheid. We mogen de bestaande grenzen best oprekken en ter discussie stellen. En dat brengt ons bij hetgeen een van de aanwezigen ooit van haar illustere buurman Otto heeft meegekregen: ‘Grenzen zijn er niet voor niets. Overtreed ze dus met respect.’

De insteek van het reconomy-project is om bestaande bedrijven de transitiedrempel over te helpen, bijvoorbeeld: door het geven van bedrijfsadviezen om zo nieuwe ondernemingen te helpen van start te gaan en door een samenwerking aan te gaan met brancheorganisaties, ondernemersverenigingen en de lokale overheid. Een manier hiervoor is om een business case te bouwen om bedrijven over te halen. Er zijn al enkele voorbeelden hiervan die haarfijn aantonen dat een lokale economie beter draait met minder grote concerns van buitenaf. Maar het is eigenlijk nog belangrijker om te laten zien dat het kan; er zijn genoeg ondernemingen en initiatieven die dit aantonen.

Biologische boterham

In Deventer en omgeving heb je bijvoorbeeld de Oostenwaarde, een boerderij waar mensen hun oogstaandeel kopen. Hoe groter de oogst, hoe meer je krijgt. Van de 220 mensen die hiervan gebruik maken helpen er 80 mee als vrijwilliger om en rond de boerderij. En wat te denken van de Deventer fietskoerier die adverteert met vervoer op biobrandstof. Die biologische boterham die hij eet om op krachten te komen.

Inspirerend is ook het verhaal over het lokale energiebedrijf Noordelijk Lokaal Duurzaam Energie (NLD Energie), een samenwerking van drie provinciegebonden initiatieven: Ûs koöperaasje, Drentse Kei en Groninger Energie Koepel (gek genoeg afgekort als GREK). Hoewel ze ernaartoe willen werken op lange termijn voornamelijk lokale energie te leveren, nemen ze nu nog af van minder lokaal opererende bedrijven. Maar gewone energiebedrijven stoppen altijd al sowieso honderd euro in eigen zak die willen ze ten goede laten komen aan de lokale economieën, bijvoorbeeld door elke nieuw lid dat iemand aanbrengt te belonen met een storting van 75 euro in de plaatselijke dorpskas. Een all-win situatie dus.

Ondanks dat er enige kritiek op de criteria was, eindigt deze sessie met een gouden tip van iemand uit de zaal. Zij zegt dat iedereen nu al deze ideeën mee kan nemen naar zijn eigen baan of onderneming. En dat is iets waar iedereen het in ieder geval over eens is.

Afterparty

Na een heerlijke maaltijd is er nog een lezing door Peter Polder over de Tripple Crunch, oftewel: hoe piekolie en de klimaatcrisis een economische crisis veroorzaken, maar ik laat deze even voorbijgaan. Ik gebruik die tijd om alvast een kladversie van dit verslag te schrijven en precies op het moment dat ik over enkele minuten hiermee klaar zal zijn, komt iemand mij vertellen dat over enkele minuten Sietske in de workshopzaal klassiek gitaarspel zal laten horen. Heerlijk om je oren te laten verwennen met klanken die je even niet hoeft te vertalen naar woorden op papier.

Daarna ga ik nog even dansen op de tonen van Skelectief, het muziekgezelschap dat voor ons optreedt. Een idee dat ik meteen laat varen door met mijn eigen djembé aan te schuiven. Blijk ik nog iemand te kennen uit dit gezelschap ook. De wereld is klein. Of groot, het is maar net hoe je het ziet. Maar het is wel onze wereld die wij met ons allen delen. En na zo een dag optrekken met allemaal mensen die zich op dezelfde manier willen inzetten voor deze blauwe planeet, weet ik dat we een goede kans hebben om hierin te slagen.

140201 TT Treffen4 Groepsgesprek: ‘De rol van geld in de transitiebeweging’

door Frank van West

(Aangezien ik de meesten van jullie niet bij naam kende, heb ik het vaak over ‘iemand’ of noem de plaats van het initiatief waar iemand vandaan komt; excuus daarvoor)

Tara Notenbomer doet een inleiding over het thema en vertelt als voorbeeld hoe TT Deventer 50.000 euro kreeg en hoe daar verschillende projecten uit zijn betaald. Ze schetst hoe daarbij o.a. vragen opkwamen hoe dit geld verdeeld moest worden. Aan welke projecten wel of niet en wie wel of niet en hoeveel etc. Ook kan er een wrijving ontstaan tussen mensen die wel en niet betaald worden, en soms misschien wel voor overeenkomstig werk. En waarom wordt het ene werk dan wel als zo belangrijk beoordeelt om betaald te worden en ander werk niet? Ze beschrijft ook dat 4 mensen van de landelijke TT groep in Engeland parttime betaald krijgen en dat ze hier met enige ‘afgunst’ dan wel ‘verlekkerd’ naar kijkt.

  • Iemand uit Den Haag vertelt over het project ‘Pluk’ en dat mensen hier allemaal hetzelfde uurloon krijgen en dat betaling gekoppeld is aan projecten en niet aan personen. Zo kun je geld makkelijker verdelen.
  • Tara: dit ging / gaat in Deventer ook zo en daarbij wordt dan een deel afgedragen aan de organisatie
  • Vanuit Groningen komt de vraag: welke taken moeten betaald worden? Trainerschap, wat op zich een hele leuke taak is? Of toch degene die boekhouding en organisatie doet wat daar een taak is die minder makkelijk wordt ingevuld?
  • Het valt op dat veel mensen in TT geen baan hebben. Veel zouden ook wel graag hun geld verdienen met het transitiewerk.
  • Bijna iedereen in de kring vindt dat geld verdienen met het transitiewerk ‘moet kunnen’. Het is dus meer de vraag hoe je dat voor elkaar krijgt en hoe het dan verdeeld moet worden.
  • Jay uit Den Haag vertelt hoe hij zowat ‘gedemoniseerd’ werd toen hij tijdens zijn eerste TT-bijeenkomst vroeg:

En hoe gaan we hier geld mee verdienen’. Dat was blijkbaar toen niet een uitgangspunt dat herkend werd door de meesten. In deze kring lijkt het anders. Zijn opmerking dat we moeten kijken hoe we zoveel mogelijk goede verdienmodellen voor mensen in het transitiewerk moeten verzinnen, vindt veel bijval.

  • Iemand vertelt over de Korenmaat uit Zeist; een bedrijf waarbij de inkomens naar behoefte worden vastgesteld in overeenstemming met elkaar. Zo zijn dingen te realiseren die dat anders niet zijn en is er transparantie en afstemming met elkaar over geldverdeling.
  • Iemand uit Breda herkent het probleem van wie wel en wie niet betaald wordt. En… legt dit niet een grotere claim op degene die wel betaald wordt? Ja, dat wordt herkend.
  • Iemand zegt dat het voor haar oké is als mensen geld verdienen hiermee, maar niet als mensen ‘van buiten’ dan binnenkomen met als hoofdmotivatie om geld te verdienen. Het ideologische argument moet voorop staan. Dat vindt bijval.
  • Jay: laat het allemaal niet teveel een klein ingekeerd wereldje blijven. Je kunt het ook omkeren: haal geld van buiten naar binnen en gebruik het als een soort brandstof om het te transformeren in transitie (groen wassen) Hij vertelt als voorbeeld hoe hij als zzp’er door de gemeente wordt ingehuurd binnen zijn werk voor DHIT in Den Haag. Een ander voorbeeld hoe dingen groter kunnen groeien is ‘Feta de nature’ in Den Haag op 24/25 mei. Dit is een samenwerkingsverband tussen DHIT, de gemeente, het stadsdeel en ondernemersverenigingen.
  • Iemand vraagt of je, als geld verdienen een rol gaat spelen, je nog wel volledig je hart kunt blijven volgen.
  • Iemand oppert dat de meeste mensen nu hun geld verdienen binnen ‘het oude systeem’. Je kunt het geld van dat oude systeem wellicht gebruiken om transitie te bewerkstelligen.
  • Frank vertelt van zijn plannen en stichting HiT in de Utrechtse Heuvelrug. Hij heeft een verdienmodel uitgewerkt waarbij 4 mensen parttime betaald het ‘kerngroepwerk’ op lokaal/regionaal niveau zouden kunnen uitvoeren. Het doel hierbij is: het verbinden van alle partijen binnen de regio en het faciliteren van transitie.

Hij vind het ook goed uit te leggen dat mensen die meer dan 20 uur per week de spil van de transitie verzorgen hiervoor als eersten betaald zouden krijgen. Het werkt dan ook voor vrijwilligers veel gemakkelijker, succesvoller en lichter om hierbij aan te sluiten. En het is daarna zaak om voor zoveel mogelijk mensen die in specifieke projecten werken, en die hiermee ook geld zouden willen verdienen, ook een verdienmodel uit te werken.

  • Iemand noemt dat er soms constructies zijn waarbij individuen buiten de TT organisatie om, betaling voor hun werk weten te regelen. Weer komt hierbij naar boven of het dan goed is om te vragen een percentage af te staan aan de TT organisatie? Iemand noemt hierbij ook dat het ene werk makkelijker ‘verdienbaar’ is dan het andere en dat hier wellicht uit solidariteit mee rekening grhouden moet worden.
  • Iemand vertelt van bedrijfje Groenewolt, dat we met z’n allen dragen. Hiervoor is een betaald team wel nodig.
  • Tara zegt dat een deel van haar inkomsten als trainer terugvloeit vloeit naar de TT organisatie.
  • Iemand merkt op dat ze heeft gemerkt dat mensen die geld uitgeven uit eigen zak aan TT voor onkosten, dit vaak snel teveel vinden. Het valt haar op dat ze dan wel makkelijk dure ‘luxe’ aanschaffen voor zichzelf doen.
  • Tara zegt dat ze TT graag sneller zou willen zien groeien en als dat d.m.v. geld zou kunnen, ze dat geen bezwaar zou vinden.
  • Duidelijk is dat geld voor veel mensen een reden is om maar beperkt inspanningen voor transitiewerk te doen. Geld verdienen met transitiewerk is voor velen een prioriteit om dat werk ook vol te kunnen houden.
  • Iemand zegt dat ze eerst een uitkering had en daarom veel voor TT kon doen, maar het voelde voor haar toch niet goed om op ‘de zak van de gemeenschap’ te blijven leven. Ze heeft nu wel een baan en kan daardoor nu veel minder voor TT doen.
  • Iemand anders zegt dat ze nu overtuigd en zonder schuldgevoel van een uitkering leeft (en transitiewerk doet) nadat ze jaren minder dan uitkeringsniveau verdiende met hard werken in haar eigen bedrijfje.
  • Iemand doet ‘alsof geld niet bestaat’ en leeft met heel weinig geld; dat helpt om het niet te moeizaam te maken.
  • Wat betreft verdelen van geld dat beschikbaar is, gaat het vooral ook om vertrouwen, gunnen, elkaars behoeften zien en transparant zijn; dan kan er vrijwillig en betaald werk zijn zonder afgunst.
  • Of spelen afgunst en jaloezie , zulke sterke menselijk aandriften, toch altijd een rol?
  • Iemand vertelt dat hij in de gelukkige omstandigheid is dat geld geen zorg is: in zijn centrum in Frankrijk kunnen alle gasten bijdragen op donatiebasis.
  • Iemand vertelt dat hij 3 jaar weinig verdiend heeft, maar nu hij 65 is ook niet meer hoeft te verdienen. (en dus veel tijd aan TT kan besteden ;-))
  • Tara vertelt dat ze haar inkomen grotendeels buiten TT verdient.
  • Ze vertelt ook dat Paul Hendriksen momenteel niet betaald wordt voor zijn 3 dagen secretariaatswerk bij TT. Iedereen vindt dat dit toch zeker wel zou mogen en sommigen schrikken hier zelfs van. Tara zegt dat het ook een doel is van de kerngroep van landelijk TT om een verdienmodel voor hen te vinden.
  • Er wordt gesproken over het principe van ‘een pot met geld in het midden’ en dat iedereen daar dan naar behoefte uit kan nemen, en dat binnen een goede gemeenschap daar dan niet snel misbruik van wordt gemaakt.
  • Jay: TT kan een brugfunctie vervullen tussen burgers en gemeenten. Zo wordt TT in Den Haag een partner bij het distribueren van subsidies i.p.v. ‘het handje op te houden’.
  • Iemand vertelt over ‘De blije B’; een nieuw soort bank.
  • Tara besluit dat we van competitie naar samenwerking moeten gaan en dat het heel belangrijk is om aandacht te geven aan positieve beelden. Verdienmodellen zijn nodig en zelfs welkom.
  • Iemand besluit nog dat geld niet vies is.

In ieder geval is duidelijk geworden dat geld verdienen met transitiewerk een belangrijk item is voor velen en voor velen een gedroomde situatie, en ook dat voor velen de kwestie geld verdienen en daarnaast genoeg tijd vrij hebben voor transitiewerk ook een issue is.

Handelen – gedicht door Jacob Passander

(Transition Town Treffen Deventer, 1 februari 2014)

Geld moet rollen, maar waarheen?

Want je redt het misschien niet met idealen alleen

Maar ja, dat geld, dat stomme geld

Of is het toch de tijd dat dit oordeel wordt bijgesteld?

Want je doet goed werk voor de planeet waar wij op wonen

Je doet goed werk en dat mag je belonen

Dus laat dat geld, dat stomme geld maar stromen

En laat al die donaties maar binnen komen

Als je maar niet gelooft in de mythe die wordt verteld

Die van eeuwige groei, daar zijn we nu wel op uit… geteld

Deze economie is een kaartenhuis. Omgekeerd… ook dat nog!

Maar vallen doet het, dat weten wij toch?

Maar laat het je niet tegenhouden door de problemen van deze tijd

Laten we kijken hoever we komen met onze eigenzinnigheid

Buurman Otto was een wijs man, zijn filosofie perfect:

Grenzen zijn er niet voor niets, dus overtreed ze met respect

En over die leuke toekomst

Waarheen wij met ons allen wandelen,

Zeg ik maar één ding:

Laten wij handelen!’