Transitiebeweging in Nederland nader onderzocht

Onlangs verscheen een (Engelstalig) onderzoekspaper over Transition Towns in Nederland van Rachel Fuhrmann dat ze schreef voor haar bachelor aan de University College Utrecht.  Een stevig document van ruim honderd pagina’s. Dus er is voldoende stof tot nadenken.

De centrale vraag in het onderzoek betreft het mogelijke verschil in transitie initiatieven tussen steden en dorpen. En daarbij keek ze specifiek naar participatie van burgers en de aansturing van het initiatief. In dit onderzoek zijn twee grote transitie initiatieven (Eindhoven en Nijmegen) en twee kleinschalige transitie initiatieven (Castricum en Wageningen) bekeken. Het onderzoek beslaat verschillende aspecten van de transitiegemeenschap en komt met een paar interessante conclusies.

Het onderzoek betreft natuurlijk een kleine steekproef en er is gebruik gemaakt van interviewtechnieken. Dat dit natuurlijk enige beperking oplevert voor de conclusies, geeft Rachel zelf al aan. Ze bekijkt de transitie initiatieven aan de hand van twee theoretische modellen; de Transition Management Theorie van Loorbach en Olson’s Logic of Collective Action (zij bijv. deze bespreking).

Het onderzoek

Rachel onderzoekt vier Transitie Initiatieven (Eindhoven, Nijmegen, Castricum en Wageningen) om vast te stellen of er verschillen zijn op basis van de omvang van de gemeente en het werkwijze Transitie initiatief. Uit de interviews blijkt echter dat er overal vergelijkbare activiteiten ontplooid en evenementen georganiseerd. Ook lopen de vier onderzochte initiatieven soms tegen dezelfde problemen op (onvoldoende vrijwilligers of onvoldoende beschikbare tijd; lastig vinden van een goede organisatievorm; samenwerking met andere, of losse, initiatieven en gemeente). Tegelijkertijd lijkt er wel een trend waarneembaar, waarbij de oudere initiatieven (Eindhoven en Wageningen) van een duidelijk centraal transitie initiatief overstappen naar decentraal gecoördineerde (lees: losstaande) initiatieven. Hier loopt het onderzoek wel tegen de beperking aan van de kleine steekproef. Op basis van gesprekken met deze vier Nederlandse initiatieven is het niet mogelijk om vergaande conclusies te trekken. Rachel pleit dan ook voor vervolgonderzoek om beter zicht te krijgen op succesfactoren van de Transitie initiatieven.

Het is inspirerend om alle verschillende ideeën te lezen die in de thesis worden genoemd. De inzichten van het onderzoek zijn waardevol. Ik denk het niet logisch is dat een lokaal transitie initiatief na verloop van tijd overgaat in aparte lokale activiteiten. Er zijn ook Transition Towns die al (veel) langer bestaan en nog actief zijn in het verbinden van allerlei losse activiteiten in buurten. De transitiebeweging is in mijn ogen ook meer dan de combinatie van losse activiteiten. En daarom is het de moeite waard om te onderzoeken wat zou kunnen helpen om die meerwaarde duidelijk te maken. Het onderzoek levert in ieder geval al een paar mooie ideeën voor collectieve acties. Om te inspireren, noem ik er een aantal:

De toegevoegde waarde van Transitie initiatieven

Een initiatief dat stopt, houdt niet op met alle activiteiten. Toch ben ik (niet verrassend) voorstander van een Transitie Initiatief zoals we dat gestart zijn. Een Transitie initiatief is meer dan de som van losse activiteiten. Om eerst een idee te geven: een initiatief als een buurttuin kan – juist doordat mensen intensief met elkaar betrokken zijn – de weg vrijmaken voor het delen van auto’s of het opwekken van energie. Maar als Energie of Autodelen aparte onderwerpen zijn van verschillende groepjes enthousiastelingen, dan hebben zij ieder een uitdaging om vrijwilligers en deelnemers te vinden voor ‘hun idee’. Een Transitie initiatief kan goed de brug slaan tussen verschillende activiteiten om zo lokale veerkracht te vergroten. Voor de verschillende activiteiten ontstaat een groter bereik en wordt het makkelijker om iets te organiseren.

Zo hadden wij onlangs bij Transitie Castricum een Energie-adviseur van CALorie (de lokale energiecoöperatie) in het Repair Café. Dit leverde verschillende voordelen op: mensen die wachten op een reparatie zien de energie-adviseur en worden nieuwsgierig, mensen die voor energie-advies komen ontdekken het Repair Café, het Transitie initiatief en de Energiecoöperatie bereiden het gezamenlijk voor, etc. Dergelijke dwarsverbindingen werken de ene keer beter dan de andere keer, maar de kracht van het combineren werkt aanstekelijk. Ik hoop dat er vervolgonderzoek komt naar alle mogelijke verbindingen die we kunnen leggen. Nader onderzoek kan de initiatieven verder inspireren en zo behoudt een Transition Town functie in de lokale gemeenschap.

Ik ga de komende tijd op zoek naar meer voorbeelden die dergelijke verbindende elementen in zich hebben en dit ook kunnen uitnutten. Heb jij een goed voorbeeld, laat het met graag weten (maarten.nijman at transitiecastricum.nl)! Neem ook contact op als je een vervolgonderzoek wil doen voor je bachelor of master.

Een (ingekorte) versie van de thesis lees je hier (Engelstalig): Thesis Transtion Towns Netherlands_short version


Maarten Nijman (Transitie Castricum)

Translate »