Categorie:

Opruimen, digitaal

Leuke klus in deze coronatijden, waarin je misschien wel nog meer deelneemt aan digitaal verkeer dan anders.

Tijd om eens wat op te ruimen. Voor jezelf, maar ook voor de grote servers van Google en andere bedrijven, die jouw data opslaan. Servers die gekoeld moeten worden en daarvoor energie, veel energie nodig hebben. Ze staan ook in Nederland en slurpen “onze” (windmolens) energie. Nederland is nl een ‘ideaal’ datacenter land. We zitten bovenop een digitaal knooppunt van internet in de wereld, maar intussen gaan we langzaam naar de 400.000 m² datacenter in Nederland. Daarvoor draait een heel windpark in Noord-Holland, alleen voor deze tech-companies. Ze leveren weinig banen of belastinginkomsten op. Maar slaan wel je foto’s/mails en dergelijke op. Vind je dat wel prettig/handig of kan je dat eigenlijk ook wel zelf?

Ik begon met mijn emails, vooral toen ik ontdekte dat mijn mobiele telefoon de hele inbox laat zien. Ik had diverse accounts en schrok wel van die meer dan 600 berichten in mijn gecombineerde inbox.

Sochicken.nl  deed nog meer dan ik zelf bedacht. Hij deelt veel tips over “ontspullen” van email, digitale conversaties, digitale foto’s, documenten en online opslag. Als laatste noemt hij: versimpel je digitale leven. “Minder meuk, meer leuk”.
Ook in het kader van privacy zou je niet alles op je pc of mobiel moeten willen bewaren.

Binnen Whatsapp kan je ook opruimen.

Voor als je definitief je hele account wil verwijderen, vind je hier de nodige stappen voor Google, Facebook, Twitter, Instagram, Tiktok en Snapchat.

Opruimen gmail (Engelstalig) en Google Photos (check eens of de foto’s van je mobiel allemaal “automatisch” op Google Photos van je Google account terecht komen.
Vanaf 1 juni 2021 verandert Google de regels, en moet je gaan betalen voor extra opslag. Lees hier de plannen.

Ik kreeg nog meer ideeën aangereikt, doordat het net deze week (19-26 maart) de Nationale Opruimweek is.
Denk eens aan je activiteiten, bestanden, nieuwsbronnen, netwerken, beslissingen.. Anke Algera schreef er een nieuwsbrief over.