Categorie: ,

‘Op ons dooie akkertje’ – Fransjan de Waard

Fransjan de Waard, auteur van ‘Tuinen van Overvloed’ en enthousiast supporter van Transition Towns, is onlangs een blog begonnen: ‘Thuis op Aarde’. Hij vroeg ons te helpen daar bekendheid aan te geven en dat doen wij  graag met het plaatsen van een deel van zijn eerste blog: ‘Op ons dooie akkertje‘.

De Waard is landbouwkundig ingenieur en stuitte zo’n 20 jaar geleden, al bomen plantend,  in Andalusië op het fenomeen Permacultuur. Dat werd de praktijk waarin hij al zijn inzicht in de vitaliteit, diversiteit en samenhang van  ecosystemen, zag samenkomen. Na een lange reis langs bronnen en pioniers  downunder en in Azië,  timmert hij nu in Nederland aan de weg.

In 1996 schreef hij het eerste standaardboek voor permacultuur in Nederland:  ‘Tuinen van Overvloed’.  Achteraf bezien een jaar of tien te vroeg. In 2011/2012 verscheen het opnieuw, nu bij Uitgeverij Jan van Arkel. Na een studie in de transpersoonlijke psychologie, komt in het boek Spirituele Crises, het innerlijke landschap aan de beurt als factor in de Grote Transitie.

Op ons dooie akkertje

De verleiding is groot om m’n blog te openen met een grote filosofische uitspraak, of liever nog met een hele serie – wanneer ik niet zou kunnen kiezen. Maar een podium voor diepzinnig-intellectuele gymnastiek hoeft dit niet te worden; liever een plek waar een aantal heuse grondslagen herkenbaar blijven in de ruis. Grondslagen die we collectief zo pijnlijk diepgaand voor lief zijn gaan nemen, dat we ze in verbijstering opnieuw aan het ontdekken zijn.

En dat is werkelijk geen dag te vroeg. Want dit gaat over de grond onder onze voeten, en vooral over dat flinterdunne opperhuidje van de Aarde dat we bodem noemen. Dat ons als bewoners van het vaste land ‘t leeuwendeel van ons voedsel zou kunnen geven – met hoevelen we ook zijn.

Welnu, die bodem is zwaar ziek, en op verschillende manieren uitgeput. Door jarenlange mishandeling. Niet zozeer uit kwaaie wil maar, zoals schade en schande ons inmiddels doen beseffen, uit volharding in stompzinnigheid. Stomp-zinnig: niet in staat, of bereid, om signalen op te vangen, te zien, te horen, te lezen. Olie-dom: vereenzelvigd met het waanidee dat de fossiele bronnen eeuwig blijven spuiten, stromen en schuiven, en voor 9 miljard mensen vast nog wel blikjes en pakjes astronautenvoer zouden kunnen opleveren.

Regio Zutphen vanuit de trein, 17 mei 2012. Slootkanten, bermen, bosjes – alles is uitbundig groen.
Behalve de akkers. Hier gaat iets heel erg fout.

Bodem is een levend organisme

Wat aansporing om de bodem te herontdekken als levend organisme; zinniger kan ik dit niet maken. ‘Wilde’ bodem is een onwaarschijnlijk feest van duizenden en duizenden levensvormen die op nog veel meer manieren functionele relaties met elkaar onderhouden, en hun danspasjes op ieder moment in andere combinaties zetten. Net zoals in een natuurlijk bos, bijvoorbeeld: het geheel blijft bestaan omdat alles erin samenhangt. Een natuurlijk bos is samenhang. Bodem: zelfde liedje. Als we dat geheel uit elkaar gaan lopen pluizen, eenzijdig gaan voeren, de verkeerde dingen gaan voeren, vergiftigen, platrijden, en met elke ploeggang overhoop halen – ja, dan is dat dansje niet vol te houden, hoe graag alle poppetjes in die hossende menigte dat ook zouden willen.

Is het leven van zichzelf ‘complex’? Nee natuurlijk niet. Het leven leeft gewoon. Het wordt pas ‘complex’ wanneer wij het op onze mentale snijtafel leggen, en tot object van ons denkwerk maken. En dat doen we zodra we er iets mee te schaften willen hebben – best logisch, als het om voedsel gaat. En verdomd, dan zitten we al gauw met een buitengemeen complex verhaal – vanwege al die verschillende levensvormen, en dan nog eens al die relaties daartussen. Hartstikke lastig. We maken het liever iets minder complex. En dat is aardig aan het lukken.

Twee ecosystemen: grasland en bos

Grofweg zijn er op land twee hoofdcategorieën van natuurlijke ecosystemen: grasland en bos. Onder beide bouwt zich bodem op. Een deel van de koolstof die door planten uit de lucht wordt vastgelegd, komt na hun sterven duurzaam in de bodem terecht, als deel van dat enorme, organische, grillige moleculaire complex dat humus heet. En humus is de bankrekening van de bodem. Zelf niet in water oplosbaar, biedt het houvast aan voedingsstoffen – mineralen – die anders gemakkelijk zouden uitspoelen en via ondergronds water buiten bereik zouden raken, op weg naar de oceaan. Nu blijven ze op deze langlopende rekening staan, totdat een plant ze daarvan opneemt.

Verder heeft een levende, humeuze bodem typisch een korrelige structuur. Daarin is ruimte voor water en lucht – levensvoorwaarden voor alle grotere, maar ook microscopisch kleine organismen. Zo is ‘lucht in de bodem’ dan ook een kwestie van grotere, maar ook microscopisch kleine gangetjes – niet iets om de trekker bij te halen en die kluiten eens lekker mee te keren.

Net zo is ‘water in de bodem’ vooral een kwestie van vocht, dat wederom in microscopisch kleine holtes aan bodemdeeltjes plakt, en daar gemengd met mineralen opneembaar is voor plantenwortels. En dan is het nog zo dat humus, en het diverse, dansende bodemleven dat daar bijhoort, de basis vormt voor gezonde, resistente planten, en dus veerkrachtige ecosystemen.

Veel complexer dan dit hoeven we het niet te maken. Er speelt zich nog onvoorstelbaar veel af dat we niet weten, maar in grote lijnen zit het bodemverhaal zo in elkaar. Een rijkdom die we zo voor lief zijn gaan nemen dat deze als referentiekader praktisch volledig uit beeld verdwenen is. Niet zo best, want ziet: door de ‘complexe’ werkelijkheid systematisch te versnipperen en blind voor het geheel maar wat aan te modderen met onderdelen – zoals het recente alarm over regenwormen, en de eerdere ‘oplossing’ voor zure regen door mestinjectie – bevinden we ons vroeg of laat precies in het scenario waarvoor al die tijd als uitgangspunt al gold: de bodem is een dooie boel, die slechts met allerhande kostbare industriële inputs en vormen van geweld zover te krijgen is dat hij iets eetbaars voor ons ophoest.

Agro-industrie destijds aangejaagd vanuit mindset rond ‘oorlog’

Het is griezelig om te lezen hoe de prille agro-industrie destijds is aangejaagd vanuit een mindset die op ‘oorlog’ stond. Twee factoren springen er voor mij uit: de internationaal erkende urgentie om monden te kunnen blijven voeden, en – grimmiger – het technologische succes van de oorlogsindustrie om stikstof uit de lucht vast te leggen – voor explosieven, maar hoera, ook voor kunstmestkorrels. Details van hoe in industrie, onderzoek en beleid binnen één generatie tijd een steeds verder vernauwd bewustzijn de boventoon ging voeren, zijn ruimschoots te vinden in Down to Earth, het proefschrift van Jozef Visser uit 2010. Daarin maakt hij pijnlijk zichtbaar hoe alle besef van samenhang tussen bodem, bodemleven en planten verloren ging, zodat slechts de fragmenten daaruit het decor gingen vormen.

Lees verder >> ‘Op ons dooie akkertje’ – Fransjan de Waard…

1 gedachte over “‘Op ons dooie akkertje’ – Fransjan de Waard”

  1. Ik ben onder de indruk van de manier waarop Fransjan zichzelf presenteert en zijn persoon laat zien, zoals hij werkelijk is. Na een grote ommekeer, moedig en toch zonder poespas. Een groot voorbeeld, dankjewel. Truus

Reacties zijn gesloten.