Categorie: , , ,

De Terugkeer van de Koning

Ton van der Kroon, auteur van “De Terugkeer van de Koning“, schreef een Groot(s) Verhaal: ‘De staat van Nederland, 2002 – 2012’. De gebeurtenissen in Nederland van de afgelopen tien jaar leest als een Grieks drama. Op uitermate boeiende wijze kijkt hij terug op onze recente geschiedenis, en schetst in grote lijnen hoe de hoofdrolspelers een aantal eeuwenoude archetypische rollen spelen zoals Nar, Strijder, Minnaar,  Tovenaar en Koning:

“De koning staat symbool voor leiderschap vanuit het hart, niet vanuit het hoofd of vanuit de onderbuik, wat we de afgelopen jaren zo vaak gezien hebben. Dit is ons verhaal; dat we onze taak weer op ons nemen en uitstijgen boven onze kleinheid. Dat we onze trots terugvinden, en handelen in belang van het grotere geheel.

In een tijd waarin chaos en crisis toeneemt is de uitdaging om te gaan staan voor een nieuwe visie, een nieuw Nederland. Het gaat om een nieuw soort leiderschap, dat respect heeft voor diversiteit, dat de natuur en de aarde respecteert in plaats van uitbuit; dat andere volken, religies en rassen als onlosmakelijk deel ziet van onszelf, in plaats van als groeimarkten, derde wereldlanden of concurrenten. ”

De staat van Nederland, 2002 – 2012


De Trouwdag
Het begon als een sprookje: op 02-02-02 trouwde onze jonge prins met zijn Argentijnse geliefde. Op het balkon gaf Willem Alexander een kus aan Maxima die vele harten in Nederland zou stelen en wat Argentijns vuur in het waterachtige Nederland kwam brengen. Het enige rouwrandje was de vader van de bruid, die zitting had in een dubieuze regering in Argentinië. L’histoire ce repète: ook Bernhard en Claus kwamen uit een land met een bezoedelde geschiedenis, wat ophef veroorzaakte tijdens de koninklijke bruiloft. Maar het gevaar werd tijdig onderkend en door Wim Kok in goede banen geleid. Manmoedig nam Maxima afstand van het beleid van haar vader. Het werd een onvergetelijke bruiloft. Maxima huilde bij de tonen van Astor Piazolla, de dijken braken door.

Maar vlak na die sprookjesachtige bruiloft begon de nachtmerrie. Op 6 mei werd Pim Fortuyn doodgeschoten door een verdwaalde dierenactivist die de klok had horen luiden. ‘Een gevaarlijke wildeman’, had Kok over Fortuyn gezegd. Melkert durfde de man zelfs geen hand te geven. Fortuyn had een kaal hoofd, twee schoothondjes, was openlijk homoseksueel, noemde de islam een achterlijke godsdienst en stelde ons tolerante immigratiebeleid ter discussie. Fortuin als minister-president leek het schrikbeeld van de hele Haagse politiek. De man was in staat in zijn eentje een heel volksoproer te starten.

Na Pim Fortuyn
Wat hem bij leven niet lukte geschiedde alsnog na zijn dood: bij de verkiezingen op 15 mei 2002 haalde hij postuum 26 zetels en moest een hele serie oude politici het veld ruimen: Kok, Dijkstal, Rosenmöller, De Graaf. De kroonprins van de PvdA Melkert werd verbannen. Alleen de oppositie mocht blijven: Jan Marijnissen en een nieuwkomer: Jan Peter Balkenende. Hij had een wat jongensachtig gezicht en leek het meest weg te hebben van Harry Potter, tovenaarsleerling en beste jongetje van de klas. Hij werd spoedig vergezeld door andere nieuwelingen: Wouter, Femke, Mark, Andre en later Agnes. De erfenis van Fortuin werd door de LPF-nazaten rollebollend over straat verkwanseld, en het eerste kabinet Balkenende viel erover.

Bij de daaropvolgende verkiezingen – Nederland was inmiddels een jaar lang regeringsloos – kwam de jonge Wouter Bos als held uit de strijd. Eerlijk ging hij het coalitieduel aan met Jan Peter, maar die koos voor de VVD, en Wouter Bos voelde zich verraden. Die pijn is nooit meer helemaal overgegaan.

Het leek alsof Nederland vanaf het voorjaar 2002 in een therapeutisch proces terecht was gekomen dat zijn weerga niet kende. We hadden altijd van onszelf het beeld gehad van de held in het witte shirt, het smetteloze blazoen, de eerlijke strijder, de verzetsheld, de nobele ridder, Hansje Brinker met zijn vinger in de dijk, Soldaat van Oranje, tolerant, moedig, vastberaden, barmhartig. In het buitenland werden we altijd met open armen ontvangen. Wij zijn Nederlanders!

Maar op zoek naar onze identiteit kwamen de diepste en laagste emoties boven. Waren we ooit gidsland, dapper en strijdlustig, nu leken we af te glijden naar de staat van een patiënt die de weg kwijt was. En het proces leek nog lang niet ten einde. We waren in de war. Wie zijn we? Waar komen we vandaan? En wat willen we?

Komen de onderbuikgevoelens los
De sneeuwbal die met Fortuyn was begonnen leek al snel een lawine te worden. Theo van Gogh, de man die onbeschaamd al zijn gevoelens verwoordde, was de tweede die vermoord werd. Dit keer door een ‘echte vijand’: Mohammed B. De eerste moskee ging in de fik. Marokkanen en Turken werden gewantrouwd. We waren te open, te tolerant, te heldhaftig geweest. Onze onderbuikgevoelens kwamen los. Het tolerante Nederland sloot de grenzen, en Rita Verdonk, ex-gevangenisdirecteur, leek de aangewezen persoon om dat te doen. Recht door zee. Ons Nederland werd bedreigd! Dit keer niet door het water maar door een instroom van buitenlanders. En gek genoeg door onszelf: wantrouwen, angst en afkeer leken ons heldere imago te besmetten. Het buitenland vroeg zich verbaasd af wat er met het tolerante Nederland aan de hand was.

Illegale kinderen werden in gevangenissen opgesloten, uitgezette Iranese homo’s werden in hun eigen land bij terugkeer opgehangen, asielzoekers kwamen om bij een brand op Schiphol en Taida uit Kosovo mocht haar eindexamen niet meer doen. De ene helft van Nederland vond Verdonk geweldig, de andere helft gruwde van haar. De strijd, die op 9/11 in New York was begonnen met de aanval op de Twin Towers, was definitief overgeslagen naar Nederland.

De sleaze en dirt in de nederlandse media werd ondertussen steeds normaler: Big Brother, emotie-tv, Spuiten en slikken, Spijkers met Koppen, en allerhande Idols, X-factors, Milliondollars, Stars on Ice, Stars off Ice … Het ging om winnen en verliezen, afzeiken en scoren, emoties en wantoestanden.

De Balkenende-norm
Waar was de tijd van Swiebertje, Pipo en Meneer de Uil, Ons Dorp, van Mies Bouwman die op de kade Sinterklaas ontving (‘Daag Sinterklaahaaaas!’),  de tijd van een koekje bij de thee en Willem Duys op zondagochtend? Die goede oude tijd leek lang geleden. Ons dorp was ons dorp niet meer. Het begon bij de autochtone lama in het Grote Dierenbos in de jaren zeventig. Het eindigde bij een broodje shoarma op de hoek, halal eten, burka’s in de tram, Marrokanen in Geldermalsen en Mies werd juffrouw Es. De mus en de merel in het Vondelpark in Amsterdam en bij de Hofvijver in Den Haag werden verdreven door zwermen illegale kutparkieten.

Balkenende begon een offensief tegen de verloedering: hij kwam met normen en waarden. Net als alle andere Nederlanders leek hij door alle heftige veranderingen een onmiskenbare heimwee naar vroeger te hebben, naar oude Christelijke normen en waarden. In Nederland ontstond een ware retro-rage. Mensen huilden bij de afscheidsdienst van André Hazes, waren nóg uitzinniger op Koninginnedag (Oooranje boooven!!!) en een hele serie retro-musicals begon: Ja Zuster, Nee zuster, de musical; Pippi Langkous, de musical; Kunt u mij de weg naar Hamelen vertellen, Meneer, de musical; Annie MG Schmidt, de musical; … De amusementsindustrie draaide op volle toeren, wat gebruikelijk is in tijden van crisis.

Inmiddels was het derde slachtoffer gevallen: Ayaan Hirshi Ali, een Somalische jonge vrouw, die streed voor de rechten en vrijheid van islamitische vrouwen, werd het land uitgezet. Moediger dan menig politicus had ze haar mannetje gestaan, was ze beschimpt, gehoond en bedreigd voor haar standpunt. Maar toen bleek dat ze had gelogen over haar achternaam om Nederland binnen te komen werd haar door Rita Verdonk onverbiddelijk de wacht aangezegd. Ayaan Hirshi Ali vroeg bij haar uitzetting nog om het doorbetalen van haar bodyguard, maar helaas. De Nederlandse koopmansgeest kwam uit de fles: Dâ kost te veel …

Soldaat Piet in Uruzgan
Met de Nederlandse manmoedigheid en mannelijkheid leek het steeds verder bergafwaarts te gaan. In de Tweede Wereldoorlog hadden we ooit na drie dagen gecapituleerd, Ons Nederlands-Indie waren we kwijtgeraakt, Srebrenica was een pijnlijk debacle geworden waarbij 8000 moslimmannen waren vermoord en het nieuwste buitenlandse struikelblok kondigde zich al aan: Uruzgan. Nederland is een moedersland, geen vaderland. We hebben het poldermodel uitgevonden, we zijn goed in zorg en overleg, in het bouwen van bruggen en dijken, maar vraag ons niet om te gaan vechten in Srebrenica, Uruzgan of Libië. Dat kunnen we niet. Naar een oorlogsgebied sturen we politieagenten die geleerd hebben hoe je parkeerbonnen uitdeelt. We zijn te vrouwelijk, te lief, te braaf en te beschaafd geworden. We zijn geen helden, geen vechters, geen sterke mannen. Het drama van Srebrenica was tekenend voor de Nederlandse mannelijkheid; we wilden wel beschermen, maar toen bleek dat we daarvoor moesten vechten werd het lastig. Toen waren we opeens met de staart tussen de benen verdwenen.

Waar Bush en Blair met groot vertoon Irak binnenvielen gaven wij politieke steun in de vorm van soldaat Piet tijdens de TV-aankondiging van de inval. Wij zijn praters, denkers, en communicators. Het is in Nederland dat het beroemde poldermodel ontstond. We zijn een delta van stromen, polders en kwelders.
Het driemanschap Bos, Balkenende en Rouvoet, dat met het staatsmanschap van Herman Wijffels in elkaar was gezet en menige storm trotseerde, viel in maart 2010 over de missie in Uruzgan. ‘Een man, een man, woord, een woord’, zei Bos, die al te vaak voor draaikont was uitgemaakt. Hij was een half jaar daarvoor nog de redder van de kredietcrisis geweest en kwam steeds meer in zijn kracht. Dit keer legde hij de zwarte piet bij Balkenende en niet te vergeten bij Maxime Verhagen.

De meest moedige van Nederland leek nog een meisje van dertien jaar dat de wijde wereld wilde bevaren, maar de dijken bleken te hoog. Als één man hielden we Laura tegen ‒ voor haar eigen bestwil ‒ en onthieven de vader uit de ouderlijke macht. Het duurde een jaar van rechterlijk getouwtrek voordat ze uiteindelijk het ruime sop koos.

Geert Wilders slaat om zich heen
Met alle commotie werd de roep om een sterke leider steeds groter; een echte mán, iemand die zegt waar het op staat, die geen blad voor de mond neemt, die de oplossing heeft voor alle misstanden, een soort tweede Fortuyn of mannelijke Rita. We werden op onze wenken bediend: Geert deed zijn intrede, met geblondeerd vizier betrad hij het strijdperk met een heilige missie: Nederland weer schoon maken, de islam eruit, kopvoddentax erin, en de grenzen dicht. Er moesten grenzen gesteld worden, meer politie op straat, meer veiligheidscamera’s, strengere straffen, strikter beleid, duidelijke normen. Het was de opkomst van de ‘Partij van de Vrijheid’. Een nieuw nationalisme deed zijn intrede in de vorm van een algemene ontevredenheid, gemopper en onderbuikgevoelens.

Wilders leek een soort kwade nar: hij zette alles op zijn kop en was afwisselend boos, verongelijkt, beledigend en kwaadsprekend. Hij viel alles aan: de politiek, de rechtspraak, de koningin, de grondwet. Hij stelde voor om de eerste regel uit de grondwet te veranderen, in steen gehakt voor de ingang van de Tweede Kamer, om ons eraan te herinneren wat de hoeksteen van democratie is: gelijkwaardigheid van alle mensen in Nederland. Onder het mom van vrijheid zaaide hij haat en verdeeldheid. Inderdaad, het leek erop dat we onze normen en waarden echt kwijt waren. In plaats van over werkelijk belangrijke politieke thema’s te vergaderen hielden we ons bezig met een kopvoddentax en een verbod op boerka’s, waarvan er ongeveer 100 in Nederland rondlopen. Jan Peter had tijdens zijn regeringsperiode een nieuw embleem voor Nederland ingesteld: ‘Je maintiendrai’ – ik zal standhouden – verdween uit het logo. Hoe toepasselijk. We hielden inderdaad geen stand meer.

De verkiezingscampagne in 2010 leek een volgend crescendo in de woelige strijd om de Nederlandse identiteit. Terwijl kroonprinsen Wouter Bos en Camiel Eurlings al waren vertrokken, deed een aantal nieuwe politici hun intrede: Emiel Roemer bracht humor in het Haagse debat, en Wouter had zijn mentor Job Cohen gevraagd zijn plaats aan het roer van de PvdA in te nemen. Jolande Sap nam na de verkiezingen het roer van Femke over, nadat een laatste poging van haar om alle linkse partijen te laten samenwerken mislukte. Het land was in tweeën verdeeld, wat zich vertaalde in een nek-aan-nek race tussen de PvdA en de VVD.

Verkiezingen à la Lingo
In een mediashow in theater Carré kwamen de acht hoofdrolfiguren uit de politiek bijeen. Het verkiezingsdebat leek op een één-van-de-acht-achtige spelshow met vragen à la Lingo. De strijd tussen links en rechts werd nog nooit zo fel gevoerd. De democratie leek te zijn verworden tot een mediacratie; degene die de meeste aandacht had in de pers, de kranten en de TV met de meest boude stellingen, scoorde het best. De hakkelende Cohen verloor en de PVV haalde een monsterzege. Het aantal CDA-stemmen zakte tot naoorlogse diepte en Jan Peter verliet via de achteruitgang het Haagse Binnenhof. Het CDA kondigde aan dat het niet aan haar was verder te regeren en wilde voorlopig de blik naar binnen te richten. Maar door machtspoliticus Maxime Verhagen bleek toch een wending mogelijk; een aantal CDA-dissidenten werd buitenspel gezet en er werd een handreiking gedaan naar Wilders. Het gedoogkabinet werd een feit.

Een nieuwe periode brak aan. Rutte ging voortvarend te werk en deelde als eerste een grote klap uit aan de kunstsector. Op deze ‘linkse hobby’ werd zo stevig bezuinigd dat er groot protest kwam. Cultureel Nederland organiseerde de ludieke actie ‘Nederland schreeuwt om kunst’ maar het baatte weinig. Wilders kon ongehinderd zijn kruistocht tegen de islam voortzetten en begon enigszins te lijken op The Joker uit de film Batman; hij draaide alles om; goed werd kwaad; kwaad werd goed en iedereen bleef verward achter. Zelfs de rechters konden er geen chocola meer van maken toen ze hem probeerden te vervolgen voor haatzaaierij, racisme en openbare belediging van een bevolkingsgroep.

Een aantal van zijn uitspraken: ‘De kern van het probleem is de fascistische islam, de zieke ideologie van Allah en Mohammed zoals neergelegd in de islamitische Mein Kampf: de Koran.’ ‘Ik heb genoeg van de Koran in Nederland: verbied dat fascistische boek.’ ‘Ik geloof niet dat culturen gelijkwaardig zijn. Onze cultuur is veel beter dan de achterlijke islamitische cultuur.’ In zijn kritiek op de Islam leunde hij sterk op zijn sympathie voor het Jodendom, sinds hij in zijn jonge jaren een tijd in een kibbutz had gewerkt. Daarbij vond hij een groot deel van christelijk Nederland aan zijn zij. Zo anti-joods als we voor de oorlog waren geweest, zo anti-islamitisch waren we nu. Wonderlijk genoeg was het de joodse Cohen die daar tegen ten strijde trok, waarschijnlijk omdat hij zich helderder dan anderen herinnerde waartoe de uitsluiting van een bevolkingsgroep kon leiden.

‘It all ends’
Het kwaad begon langzamerhand zijn gezicht te tonen in Nederland. Tot dan toe waren we een redelijk onschuldig en naïef volk. Het liefst zagen we onszelf als helden; Soldaat van Oranje, Woutertje met zijn vinger in de dijk, oprecht, moedig, klein maar betekenisvol. Nederland Gidsland. We zijn de Frodo van Europa. Maar net als in ieder verhaal komt ook de schaduwkant van de held om de hoek kijken. Het kwaad toont zijn gezicht. Dat ving aan met een drama op koninginnedag waarop een zwarte auto in volle vaart op de toeschouwers inreed om de bus van het koninklijke gezelschap te raken. Er vielen diverse doden, waaronder de bestuurder, die met zijn auto uiteindelijk tegen een obelisk tot stilstand kwam.

De schrik zat er goed in en toen op 5 mei het jaar daarna een Joods aandoende man begon te schreeuwen tijdens de dodenherdenking stoof iedereen in grote paniek heen. Mensen werden omver gelopen en het toonde de ijsberg van de collectieve angst waarin het land verkeerde. Met de groeiende angst voor een financiële ondergang, diverse mega-fraudezaken, het failliet van de roomse kerk door het grootscheepse kindermisbruik, aankondigingen van het komende einde van de aarde in 2012, de tsunami en daaropvolgende kernramp in Japan, tornado’s in Amerika, en de mega-ontbossing in Brazilië werd de samenleving steeds nerveuzer. Verschillende groeperingen leefden zich net als in de laatste dagen van het Romeinse rijk steeds meer uit in perversiteiten, dansfeesten en drugsparties. Net als in de mega-succesvolle filmserie Harry Potter leek het Kwaad steeds meer gezicht te krijgen en overal in de maatschappij door te dringen. ‘It all ends’ was de slogan van de laatste Harry Potter film. Zelfs Sinterklaas – toonbeeld van alles wat goed was – bleek in de ogen van Dick Maas een horrorfiguur te zijn. Niets was meer heilig.

Inmiddels was er zwaar weer aangebroken voor de euro. In 2008 waren tijdens de kredietcrisis verschillende banken als dominostenen omgevallen, te beginnen met Lehman-Brothers in Amerika. De bankencrisis toonde aan dat we ons bevinden in het grootste casinokapitalisme ter wereld dat wordt bepaald door beleggers, pensioenfondsen, verzekeringen en banken. Het ontging de gewone burger niet dat het meer lijkt op een groot piramidespel waarbij gokken, eigenbelang, torenhoge bonussen en hebzucht de boventoon voeren. Het hele financiële kaartenhuis dreigde in te storten en de verschillende regeringen moesten noodgedwongen ingrijpen om de banken te redden. De operatie kostte miljarden, wat ten koste ging van de diverse staatskassen. De megabezuinigingen die er het gevolg van waren stuitten dan ook op bezwaar van de bevolking van diverse landen; Waarom moesten zij de prijs betalen voor het wanbeleid van inhalige beleggers en bankiers, die als het misging met de noorderzon – en een gouden handdruk – vertrokken en de klant c.q. burgers met gigantische schulden achterlieten?

99% is het zat
Langzamerhand drong de enorme ongelijkheid door bij steeds grotere groepen mensen, die begrijpen dat 1% van de wereldbevolking 99% van het kapitaal in handen heeft, en omgekeerd; dat 99% van de wereldbevolking de resterende 1% van het kapitaal heeft. ‘De 99% is het zat’, stond op Beursplein 5 te lezen op een leus van Occupy-Amsterdam. Tegelijkertijd werd de waanzin van het systeem steeds doorzichtiger: terwijl Ethiopië geteisterd werd door een hongersnood en we nauwelijks een paar miljoen bij elkaar konden sprokkelen, en er op de kunstsector een aantal miljoen werd bezuinigd, waren er opeens wel miljarden om banken of failliete landen te redden. In de discussies over de euro werden de bedragen steeds groter; de miljarden vlogen ons om de oren. Waar kwam al dat geld eigenlijk vandaan? En wie verdiende aan al die leningen en rente?

Door de bankencrisis waren de landen in de periferie van Europa ‒ IJsland, Ierland en Griekenland ‒ de eerste slachtoffers. Europa probeerde te redden wat er te redden viel met noodfondsen en miljardenleningen, maar toen Griekenland nagenoeg failliet was, leek het probleem was echt door te dringen: de euro was in gevaar. De leiders van Europa beseften maar al te goed wat er zou gebeuren als de stekker uit Europa wordt getrokken; dan stort het hele kaartenhuis in, omdat iedereen door middel van leningen, investeringen en internationale handel verbonden is. Zelfs China en de Verenigde Staten maakten zich zorgen, omdat ze begrepen dat een failliet Europa een groot gevolg zal hebben voor de hele wereldeconomie.

Het beste jongetje van de klas
De situatie werd steeds nijpender en terwijl Nederland, naast Duitsland, eerst nog mede-motor was van de Europese economie, bleek ons land er opeens veel slechter voor te staan dan we dachten. Door onze enorme hypotheekbubbel hadden we collectief een gigantische schuld opgebouwd. Dat kon niet goed gaan. De bezuinigingen die andere landen al in de wurggreep hadden troffen ook Nederland; er moest nog meer bezuinigd worden om de 3% norm te halen, die in Europa heilig was verklaard. Daar hadden we de andere landen voorheen mee om de oren geslagen en nu was het onze beurt. Het buitenland keek met enig leedvermaak toe hoe het beste jongetje van de klas ook zijn zaakjes niet op orde leek te krijgen.

Er volgde een zeven weken lang besloten beraad in het Catshuis tussen Maxime, Mark en Geert om een nieuw bezuinigingsakkoord te smeden. Toen dat bijna rond was, en doorberekend door het CPB, toverde Wilders opeens zijn laatste konijn uit zijn hoge hoed. Hij trok de stekker eruit. Nederland was verbluft, ontgoocheld en voelde zich verraden. Geert had ons in het ootje genomen. Door alle partijen, de media en zijn gedoogpartners kreeg hij de Zwarte Piet toegespeeld. Hij vertrok daags daarna naar Amerika om zijn nieuw boek te presenteren en Nederland slaakte een zucht van verlichting. We waren verlost; bevrijd. Maar nog niet gered.

Binnen een krappe week moesten we een nieuwe begroting aan Brussel voorleggen, en zonder regering was dit onmogelijk.  Een aantal politici zag de ernst van de situatie onder ogen en was bereid om over hun eigen schaduw heen te springen. Onder de bezielende leiding van Jan Kees de Jager sleutelden Alexander Pechtold, Jolanda Sap, Arie Slob van de Christen Unie, tesamen met VVD en CDA het Kunduz-akkoord in elkaar. Wat in zeven weken niet was gelukt werd in twee dagen bezegeld en de term ‘over je schaduw heen springen’ werd een gevleugelde uitspraak. Het stond symbool voor waar Nederland al tien jaar mee bezig was … Vanaf Pim Fortuyn (de wildeman), Theo van Gogh (de minnaar), Ayaan Hirshi Ali (de krijger of amazone), Herman Wijffels en de regeringsformatie aan de ronde tafel met Bos, Balkenende en Rouvoet (de koning), de opkomst van Wilders (de nar), de afgang van Cohen (de magiër) en het buitenspel zetten van de koningin (heilige) waren we op zoek geweest naar onze identiteit.

Hoogmoed komt voor de val
We waren tien jaar lang bang voor het onbekende, het nieuwe, het ongerijmde. Uit angst grepen we terug naar datgene wat vertrouwd was, naar ‘ons kent ons’, naar christelijke normen en waarden, naar vroeger, maar tegelijkertijd moesten we onder ogen zien dat het oude failliet was: de politici met hun partijpolitiek, de wetenschap met zijn doemvoorspellingen, Ab Klink met zijn miljoenen aan vaccins, de bankiers met hun bonussenbeleid, de Paus met zijn dekmantel der liefde; het was uit, over, sluiten. Het oude werkte niet meer en had afgedaan. Het nieuwe was er nog niet, of het moesten de duizenden kleine nieuwe geluiden zijn die overal opbloeiden; jonge Marokkaanse meiden die het wonderwel goed deden, nieuwe spirituele initiatieven die voorbijgingen aan kerk en geloof, een Partij die opkwam voor Dieren, communities op internet die zich niets van landsgrenzen aantrokken, Occupy-bewegingen die op Beursplein 5 kampeerden.

De hele periode van 2002 tot en met 2012 lijkt nog het meest op de film Titanic: al enige tijd liggen de onderste dekken van het schip der welvaart open. Daar merkten we jarenlang niets van, omdat we in Nederland op het bovenste dek feest vierden en geen idee hadden van wat er onderdeks gebeurde. In de verschillende Afrikaanse en later Arabische landen stond het water al tot aan de lippen. Die revolutionaire pleinbewegingen trokken langzaam op richting Europa. Intussen probeerden we uit alle macht de grenzen te sluiten, zoals de matrozen op het zinkende schip de hekken sloten voor de onderste klassen. Er zijn immers niet genoeg reddingsboten voorhanden. Sommige mensen probeerden hun eigen hachje te redden; er werd nog snel veel geld verdiend of doorgesluisd naar andere landen. Anderen probeerden er het beste van te maken of het hele verhaal te bagatelliseren of te ontkennen. Maar als in de film de inhalige investeerder van de Titanic uitroept dat het schip onzinkbaar is, antwoordt de ontwerper van de boot koeltjes: ‘She cán sink and she wíll sink.’ Het (te) grote schip, dat als een grote fallus in de donkere oceaan ligt, wordt langzaam opgeslokt in de diepte.

De mannelijke hoogmoed komt ten val, precies zoals ooit de Titanen ‒ de reuzen uit de Griekse mythologie, waarnaar het schip vernoemd was ‒ ten val kwamen. Het symboliseert onze westerse beschaving, die door hebzucht, hoogmoedswaanzin en een ongebreideld geloof in vooruitgang ‒ hoger, groter, beter – haar eigen ondergang tegemoet gaat. We hebben God vervangen voor Geld en als de Toren van Babel valt het Westerse kapitalisme in elkaar. Alle zekerheden waar we ons aan vastgrijpen, ‒ zoals de opvarenden zich vast grijpen aan relingen, stoelen, tafels en ander meubilair ‒ verdwijnen mee in de diepte. De ontwikkelingen zullen zich in steeds sneller tempo opvolgen. Iedere curve nadert uiteindelijk haar limiet, en die lijkt niet heel ver weg meer. Ieder zal daarin zijn of haar eigen keuzes moeten maken, waardoor we uiteindelijk collectief naar een hoger niveau van bewustzijn kunnen evolueren. Maar dat vraagt doorzettingsvermogen en de moed om de werkelijkheid onder ogen te zien zoals die is, voorbij de illusie, voorbij de schijnzekerheid.

De koning en koningin in ieder van ons
Het Koninklijk Paleis op de Dam werd gerenoveerd en staat klaar om haar nieuwe functie te vervullen … Na het huwelijk in 2002 wordt het nu tijd voor de kroning, waarin we naast een nieuwe koning tevens een nieuwe koningin zullen hebben; man en vrouw gelijkwaardig en naast elkaar, in plaats van een koningin met een prins. Maar belangrijker nog; het symboliseert de kroning van ons allemaal; de terugkeer van de koning en koningin in ieder van ons. We zijn klaar voor een volgende stap in de geschiedenis. Een stap die we alleen maar tezamen kunnen maken, en als we bereid zijn niet meer vanuit ons ego maar vanuit dienstbaarheid aan het geheel te handelen.

Journaliste Lisette Thooft betoogde dat we weer een Groot Verhaal nodig hebben. Dit is ons verhaal; dat we als land onze taak weer op ons nemen en uitstijgen boven onze kleinheid. Dat we onze trots terugvinden, en handelen in belang van het grotere geheel. In een tijd waarin chaos en crisis toeneemt is de uitdaging om te gaan staan voor een nieuwe visie, een nieuw Nederland. Het gaat om een nieuw soort leiderschap, dat respect heeft voor diversiteit, dat de natuur en de aarde respecteert in plaats van uitbuit; dat andere volken, religies en rassen als onlosmakelijk deel ziet van onszelf, in plaats van als groeimarkten, derde wereldlanden of concurrenten. Leiderschap dat verbindt, in plaats van verdeelt. Het wordt tijd dat we wakker worden, opstaan en onze rol in de wereld weer durven nemen: Nederland als Gidsland, niet omdat we het beter weten dan de anderen, maar omdat we bereid zijn de problemen van deze tijd onder ogen te zien en daarnaar durven te handelen.

Ton van der Kroon

Mocht je willen reageren op het artikel; ga dan naar  www.facebook.com/deterugkeervandekoning

2 gedachten over “De Terugkeer van de Koning”

Reacties zijn gesloten.